Over kromme tenen, een champagnedouche, een dooie rotgans en een imponerend PTT-revers-speldje

Lees snel alle ingezonden verslagen van uw clubleden! Maar eerst even dit

Ons derde team was afwezig voor de wedstrijd tegen De IJssel. Dus een relatief rustige avond. Hoewel, in de belendende tuinzaal werd feest gevierd.

Ik rook slagroomtaart en moest daar het mijne van weten. De voorzitter van de muziekclub ging net haar dochter toespreken. Zij was 20 jaar dirigente en dat werd gevierd. Met slingers en gebak. Ik wilde haar graag even feliciteren. Ze lachte en nam mijn gelukwensen bijna aangedaan in ontvangst.

De microfoon zou het dan eindelijk echt gaan doen. Een nieuwe installatie. Bernhard Ruimschoot stond klaar om even te assisteren. Helaas geen microfoon te vinden. Wat is dat toch? Eens moet het er toch van komen. Graag wel op 17 februari hoop ik, want dan is ons rapidtoernooi! U heeft zich toch ook aangemeld?

Doorgaans nodig ik overwinnaars uit voor een partijverslag. Dan verwacht en krijg ik meer reacties. Begrijpelijk. Wie schrijft er nou graag over een deceptie, veroorzaakt door jezelf? Deze keer waagde ik de gok. Dank aan Henk de Kleijnen, die na een nachtmerrie toch achter het toetsenbord plaats wilde nemen voor een griezelverhaal. Menigeen zou er geen trek in hebben gehad.

Finalegroep A

De gesloten competitie geeft geen zuiver beeld van de stand na 4 ronden. Kijken we alleen naar de punten dan gaan Andrzej Pietrow en Henk Ochtman met 2 uit 3 (66%) aan de leiding, Zoltan Brindza en Dick Straathof staan er met 1½ uit 2 (75%) procentueel net wat beter voor. Murdoch Mac Lean zit in een flinke dip met slechts ½ uit 3 (16%). André Boon heeft alle ronden gespeeld en heeft 1½ uit 4 (37%). Henk de Kleijnen had met een toren voor tegen zijn naamgenoot Henk Ochtman medekoploper kunnen zijn. Als. A(l)s is verbrande turf.

Henk Ochtman – Henk de Kleijnen

Henk de Kleijnen en André Boon hebben een verslag ingeleverd. Henk doet na een slechte nacht de volgende ontboezemingen:

Ik kan een verzoek van jou niet weigeren, maar in dit geval gebeurt dat met kromme tenen, krampen in de maag en met het zweet op mijn voorhoofd. Onnodig te zeggen dat ik slecht geslapen heb na het vergooien van de riante kans om van Henk Ochtman te winnen. Zie onderstaand relaas, opgebouwd uit een tekstuele aanloop en gevolgd door de cruciale stelling met toelichting.

Onze clubkampioen meldde me onlangs dat hij ooit werd toegesproken door Max Euwe (met wie hij destijds bij het toenmalige Volmac Rotterdam speelde): “Meneer Westerveld, u bent impulsief. U moet wat meer op uw handen gaan zitten.”

Ik moest hier afgelopen maandag, met het schaamrood op de kaken, aan terugdenken. Na het bereiken van beslissend voordeel tegen Henk Ochtman meende ik me een snelle en frivole voortzetting te kunnen permitteren. Zo onder het motto ‘alles wint, maar dit is de mooiste.’ Het bleek de aller- allerslechtste. Alles won inderdaad, maar mijn bedenksel leidde tot directe zelfvernietiging…

Henk Ochtman staat bekend als een creatieve en tactisch uiterst gevaarlijke speler. In onze partij trok hij inventief van leer en moest ik vol op de rem gaan staan om niet onder de voet te worden gelopen. Dat lukte niet onaardig, want hoewel ik optisch wat minder stond, oordeelde Fritz dat zwart voortdurend klein tot flink voordeel had. Ik wikkelde af naar een stelling met pluspion, maar mijn voordeel verwaterde. Na de 24ste zet van wit was de stelling volgens de computer in evenwicht:

Hier bedacht ik een flauwe grap. Met 24. … – De8-d8 veinsde ik me op de damevleugel te richten om een mogelijke aanval op te vangen. Tot mijn stomme verbazing (en grote vreugde) speelde Henk na enig nadenken 25. b2-b4??, waarop uiteraard volgde 25. … – Dd8xh4. Au, oeps en malheur. Computeroordeel: -5.93. Helemaal ‘uit’ dus. Wit gooide foeterend het hoofd in de nek en probeerde nog wat: 26. Pa3-b5. Dat maakt het voor wit objectief gezien nóg erger: oordeel –7.05.

En tóen had ik op mijn handen moeten gaan zitten. Met nog 29 minuten op de klok was er alle tijd om na te denken. De4 of zelfs b6 maakt aan iedere witte illusie een eind. In de euforie en het besef dat de winst bijna binnen was, speelde ik snel 26. … – Pc6xb4??? Leuke grapjes, maar dat paard was wel nodig om a7 onder controle te houden! Er volgde het voor de hand liggende 27. Lc5-d6 schaak, met mat in drie zetten…

Schaken kan, dat weten we allemaal, keihard zijn. Snel vergeten en met frisse moed aanstaande maandag weer aan de slag.

André Boon – Murdoch Mac Lean

Tegen Mac Lean werd het een miniatuur en ik kon vroeg naar huis. Ergens in het begin van de partij kwam er een trucje in de stelling, dat ik er snel uithaalde. Trukendozen zijn meer voor snelschaakpotjes wat mij betreft. Mac Lean dacht een aantal zetten later dat de truc er nog in zat en daardoor makkelijk een pion te kunnen winnen. Hij keek echter lelijk op z’n neus, toen de loper die hij ongedekt achtte, nog gewoon gedekt stond door één van mijn hengsten.

Later vertelde Murdoch dat hij een hele week niet had gedronken en beter weer aan de drank kon tijdens het spelen. Een mousserend drankje schijnt stimulerend te zijn, maar ja, hoeveel? Knallende kurken in onze serene schaakarena, misschien niet goed voor het hart van onze bewaker van stilte. Misschien wel leuk om dan voor de verandering je tegenstander die wint een champagnedouche te geven als felicitatie.

Kijk hier voor alle uitslagen en de stand in finalegroep A.

Finalegroep B

Ruurd Ouwehand trekt flink van leer met 2½ uit 3 (83%). Maar Arno van Houten staat met 2 uit 2 op 100%! Zijn voorjaarszonnetje geeft al aardige warmte. Wim Posthumus en Peter Aarnoudse zitten in ‘een dal van diepe duisternis’ en zijn aan enige vertroosting toe. Wie helpt hen uit de dip? Op deze manier gaan we je Tata-score echt niet vergeten, Wim. Pieter Sturm en Ton Dulk gaan lekker met 1½ uit 2 (75%). Davin had een verslag ingeleverd.

Davin Mostert – Peter Aarnoudse

We geven Davin het woord: In de opening leek ik een pionnetje te verliezen door een penning, maar daar kreeg ik wel veel spel voor terug. De pion won ik terug en in een actieve stelling gaf Peter mij nog een pion, om zelf tot ontwikkeling te komen.

Na een geforceerde afruil kon ik in het eindspel nog een pion winnen, waardoor de voorsprong op twee pionnen kwam. De loper van Peter bleek minder effectief dan mijn paard, waarna hij opgaf.

Kijk hier voor alle uitslagen en de stand in finalegroep B.

Finalegroep C

Drie koplopers: Alek Dabrowski (lees zijn verhaal over zijn ongetwijfeld boeiende partij tegen Bernhard Ruimschoot), Leo de Jager (lees volgende week zijn nieuwe en ook geheimzinnige idee om een tweeluik te gaan maken) en Ruud Dröge (die nog nabeeft van een door Rogier Verkaik uitgedeelde oorvijg; lees het verhaal van Rogier). Deze top drie heeft 3½ punt uit 4.

Rogier is lekker bezig en verzamelt flink wat ratingpuntjes. Hij staat met 3 uit 4 gelijk met Leo Koster, Marcel Tillemans, Leo Verhoeven (die na zwaar overwerk van Lucian Mihailescu won) en Cander Flanders.

Alek Dabrowski – Bernhard Ruimschoot

Alek doet verslag: Ik speelde in de vierde ronde tegen Bernard Ruimschoot. Vooraf werd ik gewaarschuwd dat hij een aanvallende speler is die een stukoffer niet schuwt. “Dat sluit goed aan bij mijn eigen spel”, dacht ik en na 8 zetten stond het hele bord in vuur en vlam. Ik speelde met wit. De zwarte koning had ik de rokade ontnomen. Ik zag allerlei mooie offers en combinatie, maar schrok terug van de vele tegenkansen van zwart. Ik was genoodzaakt een paard terug te trekken waarna er wat stukken van het bord gingen. Ik won mijn geofferde pion terug. De stukkenverhouding was gelijk, maar wit had veel meer speelruimte.

Zwart zat in de verdrukking. Bernard speelde g7-g5. Ik kon schaak geven op f6 en een pion winnen op h6. De zwarte koning vluchtte de hoek in. Ik bleef controle houden. Na een gunstige dameruil kwam er een eindspel op het bord, dat ik met twee pionnen meer eenvoudig won.

Rogier Verkaik – Ruud Dröge

Geen verslag, maar Rogier stuurde wel zijn partij in (met commentaar) om na te spelen!

Rogier Verkaik – Ruud Dröge, Erasmus interne competitie: finalegroep C, 5 februari 2018

Jaap van Meerkerk – Fred de Wild

Een partij-impressie van de witspeler: Ik jas mijn thee en opening er snel doorheen. Jasmijnthee en QGD (Queens Gambit Declined) wordt er geserveerd. Mijn verhaaltjes zijn altijd waar. Althans minstens voor de helft. Nou, vooruit, hooguit dan. Noem het een fantasiefobie. Of ziekelijke neiging tot overdrijven. Komt zeker door veel te lang lesgeven. Je wordt ontiegelijk eigenwijs, op het irritante af, en nooit tegengesproken. Kortom, je hebt altijd gelijk. Denk je. En je doet alle moeite de aandacht te willen trekken.

Ik ontdekte dat het me lukte die vast te kunnen houden, die aandacht, door cliffhangers in verhaaltjes te verzinnen. Zo van: “Jongens, ik kwam net door de polder en zag iets engs bewegingloos liggen!” Weldra werden de kids meegenomen de polder in waar rietkragen ruisen, meegenomen naar een dooie rotgansachtige. Om daarna als vanzelf over kwelders en andere zompige oorden te horen. Nu kunt u vast mijn ‘Ik opende met jasmijnthee’ beter plaatsen. Weet ik veel wat er in die kan met gele schroefdop zit? Lauwe thee in ieder geval. Fantasiefobie zal het wel wezen, geloof ik.

Ook Jan Terlouw zweert bij de geheimzinnige kracht van het verhaal. En dan begint de fantasie als vanzelf. Het werd een Ragozin Variation. Dat is na 4. Lg5 geen 4. … – Le7 (wat meestal volgt) maar Lb4 om zo druk op het witte paard op c3 te zetten. Meestal volgt na wat voorbereidingen, Pe4 en Da5. Beetje onbekende variant voor mij. Heb er nauwelijks partijervaring mee.

Fred koos voor een scherpe opzet, joeg de witte loper via h4 naar g3 en plantte vervolgens zijn paard op e4. Er ontstond, na ruil van wat lichte stukken, een voor mij lastig te taxeren middenspel en ik moest flink de denktank in, op zoek naar wat voordeel. Ik zag kansen zowel op de verzwakte koningsstelling als op de damevleugel.

De Wild keepte goed op rechts, maar wist niet te verhinderen dat ik na een door wit afgedwongen dameruil mijn voorsprong in ontwikkeling kon uitbuiten en zwart op links overspeelde. De witte torens vielen beslissend binnen en de zwarte veste stortte in.

Gerrit Boer – Carel Keller

Een boeiende partij. Carel begon de opening (te) passief en de gevolgen ervan speelden hem de rest van de partij parten. Ik had ruimte en initiatief, maar mijn tegenstander zag alle listen en lagen, verdedigde zich bekwaam, maar zijn stelling werd er niet beter van. Na een afruilactie stonden mijn stukken superieur en kon Carel nauwelijks iets doen. Uiteindelijk werd de druk te groot en verloor hij materiaal en de partij, die 38 zetten in beslag nam. Ik bedank Carel voor de mogelijkheden die hij me bood om vele initiatieven te ontplooien!

Arie de Jong – Leo de Rooij

Leo doet verslag: ‘Arie en Leo jojoën naar remise’.

Om het ijs te breken, informeer ik naar zijn revers-speldje. “Dat is van de PTT, 40 jaar gewerkt!” Respect voor dit oudste lid van Erasmus, dat onmiddellijk de psychologische oorlogsvoering inzet: “Ik heb nog remise tegen Max Euwe gespeeld.” Oeps, slik, daar zit je dan, met zwart, als beginnend Erasmiaan tegenover 100 jaar schaakervaring…

De opening valt niet eens tegen. Zondags wat ‘geshopt’ op internet, en de Nooteboom-verdediging lijkt wel wat. Het spel gaat gelijk op, totdat Arie zijn toren offert voor een paard. Hij krijgt goede aanvalskansen via een open lijn, maar weet dat niet echt om te zetten in een beslissende voorsprong. De analyse met de computer achteraf toont een heus jojo-beeld: wit staat beter, wit is winnend, verkeerde afruil, gelijk, zwart staat winnend. Geen peil op te trekken, maar overduidelijk dat we beiden goede kansen over het hoofd zien.

Die opmarcherende f-pion van wit blijft overigens wel een punt van zorg. Maar dan wordt Arie (te) gul in zijn streven naar een extra dame: hij geeft een paard, doneert ook nog zijn loper. Haalt weliswaar dat extra vleugje vrouwelijke strijdvaardigheid binnen (f8D), maar het witte bastion is verbrokkeld. Zwart ruikt en krijgt winstkansen, maar zit ook in serieuze tijdnood.

Arie toont zich een ware gentleman en biedt vlak voor het vallen van de zwarte vlag remise aan. “Het gaat mij niet zo om de punten, ik kom voor een lekker potje schaken. En dat was het vanavond!” Het doet me denken aan de introductie van wereldkampioen Magnus Carlsen tijdens het Tata Steel-toernooi: “Of je nu wint of verliest, als je maar geniet van het spelletje!” Bedankt Arie!

Amon Haidari – Peter Ruimschoot

Wat een partij gisteren! Zonder daarbij goed na te denken en mijn tijd te nemen gaf ik mijn paard weg. Dit gebeurde vroeg in het spel. We speelden een variant van de Petrov/Russisch. Ik was overmoedig nadat ik een paar zetten met tempo gaf. Ik had sterk de drang om op dat moment de handdoek in de ring te gooien.

Het bleek echter, door de positie, voor mijn tegenspeler moeilijk om zijn stukken naar wens te ontwikkelen. Desondanks sukkelde ik heen en weer met weinig hoop, omdat ik een stuk achter stond. Dat is schaken. De reden dat ik niet meteen opgaf was omdat ik kwam voor een leuke avond schaken kwam, ondanks dat ik een stuk achter stond.

We kwamen bij een stelling waar ik Pc5 speelde met dreiging op mijn tegenspeler de dame. Hij kon pakken met zijn loper, dat deed hij niet. Ik vermoed omdat nadat ik zijn loper met mijn pion zou pakken, zijn dame door mijn toren op e1 het risico liep om het veld te verlaten.

Hij speelde dame d7. Zo’n kans liet ik niet varen. Peter had op de damevleugel gerokeerd. Mijn dame stond op c3, waardoor ik schaak kon geven door pb6. Zijn pion op h7 had hij eerder op h6 gezet en hij kon niet pakken met de c7 pion vanwege mijn dame op c3. Zodoende kwamen we een aantal zetten later met zijn twee torens tegen mijn dame en toren. Pionnen verlieten het veld, maar mijn dame en toren waren sterker.

Kijk hier voor alle uitslagen en de standen in finalegroep C.

Jaap van Meerkerk