Door Jan van Dijk

Bijna iedere Rotterdammer kent wel de Noordsingel, herbergend het oude maar mooie gerechtsgebouw plus de gevangenis aan de achterkant. Opeens was daar het gerucht dat de gevangenis zou worden afgebroken. De ruimte die daardoor zou ontstaan, zou bestemd worden voor de aanleg van een parkje. Ter gelegenheid daarvan schreef de deelgemeente een schrijfwedstrijd uit, waarin een park een rol moest spelen. Ik deed daar dapper aan mee en, geloof het of niet, mijn verhaal won! Prijs? Twee boekenbonnen á Fl. 25,00 per stuk. Het verhaal staat hieronder.

Mankementen

Vrolijk kwetterende vogels, babbelende bladeren, de eeuwige kleur van een onbewolkte hemel en een spiegelend vijvertje vormden het decor. Het bankje met de man, wiens grijze haar grotendeels schuil ging onder een keurige hoed, vormde het spel op een grasgroen toneel. Doch niet het park had zijn belangstelling. Z’n ogen zagen slechts de verbeelding, de projectie van oude gedachten, op het doek van de nostalgie. De tussen zijn knieën geplante wandelstok gaven al leunend beide handen een kromming, alsof een lang leven berustend steun vond. Een keurig kostuum verborg een bijbehorend vest en een messcherpe naad markeerde een keurige pantalon, waaronder glanzende schoenen spraken van een onbe­twistbaar goede smaak.

Het toneeltje werd opgemerkt door Jacob. Ooit het leven inge­stuurd met een te kort been. Hij besloot wat te rusten, om daarna met een wat herstelde conditie de terugweg te aanvaarden.

Beleeft groette hij de man op het bankje:

“Goedemiddag, me­neer. Staat u mij toe gebruik te maken van het geduldige hout om weer enigszins op krachten te komen. Ziet u, ik ga lichtelijk gehin­derd door het leven, waarbij ik me constant afvraag, of mijn ene been te lang is of het andere te kort. ‘t Kost me hoe dan ook wat meer energie, ziet u.” Met een grijns van oor tot oor de vreem­deling aankij­kend nam hij zonder een antwoord af te wachten plaats op het zonwarme hout. Zijn viervoetig vriendje zocht daarop het behaag­lijk plekje in de zojuist ontstane, extra schaduw.

De man bekeek Jacob met meer dan gewone belangstelling. Toen echter beider blikken elkaar ontmoetten, lag de onvermijdelijke bevreemding beslag op de situatie en deed hen als op commando zwijgen. Doch niet veel later won de realiteit het van de vermeen­de obstakels en het was de man die als eerste sprak.

“Ik kan mij voorstellen, dat u van tijd tot tijd enige rust moeilijk kunt ontberen. Woont u ver?”

“Nee hoor, ongeveer vijftien minuten hier vandaan.”

De man draaide zich nu wat meer naar Jacob toe en zei vervol­gens:

“U neemt het mij hopelijk niet kwalijk, maar uw ongemak doet mij denken aan een periode in mijn leven die ik nog immer be­treur. Ik heb er evenwel mee leren leven. Wilt u het horen?”

Het ijs was gebroken en Jacob vond het best.

“Het zal ongeveer 25 jaar geleden zijn geweest. Ik was toen 35 jaar en nog steeds niet getrouwd. Ook was ik bezeten van het schaak­spel. Nog steeds trouwens. Er werd in die tijd een toernooi georgani­seerd, waarvoor ik mij direct aanmeldde, samen met een goede vriend van mij. We werden in dezelfde groep ingedeeld en tot onze buitenge­wone voldoening deed er in die groep ook een beeld­schone vrouw mee!”

De man zweeg even en staarde in het watertje, alsof haar beelte­nis erin weerspiegelde. “Ook mijn vriend was ongehuwd. U zult begrijpen dat wij menig woord spendeerden in de richting van dat zalige wezen, dat, zo bleek later, zich ook al ongebonden door het leven spoedde. Ik speelde als eerste een partij met haar, maar verloor! Totaal bevangen door haar schoonheid ontging mij elke mogelijke zet die nog redding had kunnen brengen. Ze moet dat intuïtief hebben aangevoeld, want toen ik haar daarna uitnodigde samen een drankje te nuttigen, stemde ze onbevangen toe en voor we het wisten zaten we in een vrolijke conversatie.

Niet alleen had ik mijn droomvrouw ontmoet, maar ik meende zelfs dat ook ik haar niet onberoerd liet. Helaas… ”

Jacob bemerkte de aarzeling bij de man.

“Mag ik eens raden?”, vroeg hij, “Uw vriend won van u en u liep een blauwtje bij uw droomvrouw..,?”

“Bijna goed, m’n vriend, bijna. Hij won haar hart.”

Even twinkelden de vogels niet meer. De bladeren zwegen. Het water was slechts donker en de hemel alleen maar blauw.

Dan was het Jacob , die het eerst weer wat zei.

“U eh, had het over mijn mankement, weet u nog? Hoe past dat in uw..,?”

“Ach ja, dat is waar ook. Om een lang verhaal kort te houden, ze trouwden. Ik mocht zelfs getuige zijn. Op een goede dag werd hun eerste kind geboren. En dat kind had eh, nou ja, net zoiets als u. Ik bedoel..,”

“Ik begrijp het al!”, riep Jacob. “Het had eenzelfde ongemak als ik. Vandaar uw herinneringen.”

“Sorry indien ik u..,”, mompelde de man.

“Geen enkel probleem, hoor!”, zei Jacob laconiek, “Maar u heeft mij wel nieuwsgierig gemaakt. Vertelt u eens, waren ze gelukkig met elkaar?”

“O zeker!”, beaamde de man: “En dat heeft mijn verlies ook wel enigszins dragelijk gemaakt. Toch heb ik hen jarenlang gemeden, bang als ik was dat mijn bijkans onblusbare hartstocht onverkwik­kelijke gevolgen zouden hebben gehad. Ze verhuisden naar deze stad. We woonden toen nog in Apeldoorn, maar sinds een jaar woon ik nu ook hier in Rotterdam. Mijn vriend van toen, De Ruiter, kwam ik onverwachts weer tegen in een ander schaaktoernooi! Natuurlijk informeerde ik naar zijn vrouw, Angelique. Hij zei dat alles uitstekend was en nodigde mij uit om eens langs te komen. Hij overhandigde me zelfs z’n visitekaartje. Maar ik durf nog steeds niet.

Ik heb het kaartje tenslotte weggegooid, doch de tekst staat als gebei­teld in mijn geheugen:

P. de Ruiter, Voortuin 77, 1323 KO Rotterdam!”

De man zweeg. Doch ook Jacob was in diep gepeins verzonken.

Het was het hondje dat kwispelend was opgestaan en kennelijk z’n baas wilde aansporen om weer te vertrekken, waardoor Jacob tenslotte weer opstond. Hij reikte de man z’n hand en vroeg: “Mag ik vragen met wie ik het genoegen had?” “Maar natuurlijk! Jansen, J. Jansen. En u?”

Jacob gaf hem geen antwoord. In plaats daarvan overhandigde hij zijn visitekaartje, knikte een keer en hinkte z’n hondje achterna.

In een gekromde hand toonde het kaartje de naam: J. de Ruiter Jr., Voortuin 77, 1323 KO Rotterdam…