Door Jan van Dijk

Het aller laatste woord van dit verhaal, maakt al hetgeen hier is geschreven duidelijk. Raad er naar of selecteer de leegte tussen Jullie en het vraagteken!

Landingsperikelen

“Ah-ha”, riep de kasteelheer, terwijl hij op het punt stond z’n tanden in een enorme lamsbout te zetten. “Kijk eens wat we daar hebben! Alweer een onverwachte bezoeker.”

Met z’n elleboog in de richting van z’n gemalin porrend om haar aandacht op mij te vestigen, werd ik met onverholen aandacht bekeken. Ook de overige aanwezigen, die deel uitmaakten van het feestmaal, keken met grote belangstelling toe. Nieuwsgierig glinsterende pretogen staarden naar de bezoeker, die vrij plotseling in hun midden was verschenen.

“Ik moet toegeven”, zo verbrak de kasteelheer de ingetreden stilte, “dat deze er wat beter verzorgd uitziet dan vele van zijn voorgangers, hoewel die rare mode nog steeds in schijnt te zijn. Maar laten we onze gast met egards ontvangen en maak plaats voor een hongerige bezoeker.”

Enigszins verbouwereerd, niet goed wetend wat te zeggen en bedremmeld naar woorden zoekend, werd ik uit m’n verlegenheid gehaald door de op mij toestappende kasteelheer. Met een wijds gebaar sprak hij: “Zet u neder en schrans met ons mede. Dit huis viert feest! Er is zwijn, hert en ree. Er is fazant, kalkoen en struisvogel. Laaf uw dorst met rode wijn. Bezie ons leven met genoegen. Val aan en vereer ons huis met uw voldaanheid, opdat wij onze nazaten kunnen verhalen van onze gastvrijheid. Daarna spelen u en ik een partij schaak, waarmee ook uw voorgangers en ik elk bezoek besloten!”

Met stomheid geslagen, volkomen uit m’n gewone doen en als het ware gehypnotiseerd zat ik aan. En ik schransde zoals ik nog nooit geschransd heb. Fazantpoten, ham van het zwijn, rug van de ree, bout van het hert en vele, vele bekers wijn teisterden m’n gestel, terwijl vet langs kin en borst sijpelde. Lonkende vrouwenogen deden intussen een aanslag op mijn tot dusver onvertogen levenswandel, en verbaasd genoot ik ervan.

Verzadigd tot aan de wortels van m’n haren en gevangen door ongebreidelde fantasie├źn, werd ik wreed opgeschrikt door woorden van mijn gastheer, aan wiens lippen ik slechts het woord schaken kon ontfutselen. M’n lijf, maar vooral m’n brein was nu eenmaal begeesterd door eten, drinken en smeltende ogen.

Opeens herinnerde ik me het doel van mijn bezoek. Voor ik echter een woord kon uitbrengen nam de kasteelheer me bij de arm en troonde me naar een van de vele vertrekken die het kasteel rijk was. En daar, op een louter uit balken bestaande tafel, pronkte een primitief, handgemaakt schaakbord, met erop buitengewoon fraai uitgesneden schaakstukken. Vriendelijk werd ik uitgenodigd aan te zitten.

Bang om nu nog dit sprookjesachtige te verbreken door onbenullige woorden, nam ik plaats en begon zwijgend aan de ultra korte partij…

Mijn gastvrije middeleeuwer werd voor het eerst geconfronteerd met het herdersmat.

Nog zie ik de verstilde verbijstering bij de aanblik van Dh4 mat. En ik schaamde me diep.

Het heeft lang geduurd voor hij weer wat kon zeggen. Tenslotte siste hij uit zijn samengeperste lippen: “Doet u mij een plezier. U bent de zoveelste die mij op zo’n vernederende wijze mat zet. Ik vrees, dat alle na u te verwachten bezoekers over nog duivelser kennis omtrent het schaakspel zullen bezitten. Natuurlijk zullen wij hen met open armen ontvangen. Het is de laatste tijd toch al een komen en gaan van jewelste. Maar vraag hen, uit naam van Caissa, of zij wat schaaklectuur meenemen, zodat mijn spelniveau eindelijk met die van jullie kan wedijveren. En dan is er nog iets. Uw directe voorganger heeft nogal wat consternatie veroorzaakt bij zijn bezoek.

Hij belandde pardoes in het vrouwenverblijf, waar de dames zich juist aan het baden waren. Ik weet niet met welke moeilijkheden jullie te kampen hebben als het erom gaat een parkeerplaats te vinden na jullie reis. Maar is het nou echt niet mogelijk een zodanige plaats uit te kiezen, dat dergelijke grappen niet kunnen gebeuren? Want zoals wij onze paarden op elk gewenst moment kunnen laten stilstaan, zo moeten jullie toch ook exact de plaats kunnen bepalen voor een plek voor jullie tijdmachines?”