Door Jan van Dijk

De jonge vrouw stormde de kamer binnen met net dat beetje meer esprit dan het gewone, wat zo kenmerkend is aan vrouwen die behept zijn met een heerlijke hobby en tegelijkertijd verliefd zijn. Ze begroette haar Victor met een uitbundige omarming en riep:

“Ik heb het! Ik heb het, eindelijk! Het boek. Over laten komen uit Schotland. Nu ga ik je bewijzen dat ik gelijk had. Er gáát iets gebeuren. De astrologie liegt niet.”

Victor keek bedenkelijk. Z’n lijf stond weliswaar in lichterlaaie met Marjan tegen zich aangedrukt, maar had toch wel oor naar wat ze er allemaal uitflapte.

“Weet je nog”, zei ze: “Die avond in het open veld? Toen we uitgeput de sterren bekeken? Ik vertelde je over de dierenriem en zo, met z’n vissen, de tweelingen, de kreeft, de ram, maar vooral wat beroemde astrologen hebben voorspeld. Dat kosmische stralen een soort Babylonische spraakverwarring teweeg gaat brengen. Maar ja, je lag even later te slapen.”

Victor was geduldig. Ook erg verliefd. Dus liet hij haar met plezier doordraven. Tot hij het welletjes vond. ’t Was immers de dag voor morgen. Wanneer hij de finale-partij moet spelen om wereldkampioenschap schaken. Waar bleef zijn concentratie als ie zich uitgerekend nu met dergelijke nonsens zou inlaten. Zacht drukte hij twee vingers op haar lippen.

“Ho, ho, schat. Het is best allemaal fijn voor je, maar ik ga daar nu niet op in. Ben je morgen vergeten? Ik moet me echt concentreren. Je weet wel, dat kampioenschap.”

De teleurstelling triomfeerde in al z’’n geledingen, met net dat beetje meer dan het gewone. Zo kenmerkend aan vrouwen die hun hobby zien botsen met mannelijke nuchterheid. Vooral als het mannen van hun dromen betreft, waardoor verliefdheden in duigen vallen en alleen scherven nog geluk beloven.

Met gepaste stampij was ze kwaad de kamer uit gestampt en had zich de rest van de dag niet meer laten zien.

Het was vroeg in de ochtend en Victor lag al enige tijd naar het plafond te staren. Er doemde een visioen bij hem op. Van een podium, een tafel, twee gemakkelijke stoelen. Het bord met de stukken. De klok. Vandaag, 19 december, zou de wereld een nieuwe kampioen kunnen begroeten.

“Hallo, slaapkop!”, begroette Marjan hem van uit de deuropening, een dienblad met ontbijt vasthoudend dat ze vervolgens parmantig op het nachtkastje zette. Langer dan gewoonlijk keken ze elkaar aan. Echter niet zó lang. Lakens onttrokken hen tenslotte aan ieders oog en alles werd vergeten.

“Lieveling, ik ben trots op je. Hoe voelt het om de nieuwe wereldkampioen schaken te zijn?

Victor haakte af.

“Schat, waar heb je het over? Het moet nog gebeuren, hoor.”

Toen haakte Marjan af.

“Lieveling, doe niet zo flauw. Jouw overwinning was eclatant. En weet je, iedereen heeft het over een onsterfelijke zet! En over het volgende toernooi, dat wel weer over 20 jaar zal zijn.”

Victor vroeg zich twee dingen af: was hij door de een of andere oorzaak zijn geheugen kwijt en was ie al lang en breed wereldkampioen of plaagde ze maar een beetje.

“Schat, wat was dan wel die onsterfelijke zet?”

Met een gemaakt donkere stem zei ze:

“46.e4-e5!!”

Victor kromp ineen. ‘t Moest toch zijn geheugen zijn. Marjan wist veel. Erg veel, maar totaal niets van schaken. Voor haar was het slechts een leuk spel met héél leuke figuurtjes. Doch dat genuanceerde antwoord wat zij gaf, kompleet met uitroeptekens, zette hem aan het denken. De krant!

Ze moet het uit de krant gehaald hebben. Hij vloog het bed uit, rende naar de woonkamer, graaide de krant van het tafeltje, verkreukelde het tot bijna onleesbaar en plofte languit op de bank. ’t Was de aankondiging van de wedstrijd die vanmiddag ging plaatsvinden, waardoor Victor weer tot de werkelijkheid terug keerde. Hij vond het knopje van de radio. “…,”…ot zover het nieuws van deze ochtend. Het is nu negen uur en op deze 19e december volgt nu de rubriek Willens en Wetens. Zoals u de vorige…,…”.”

19 december! Het ging dus nog gebeuren. Maar, hoe zit het dan met Marjan, bedacht hij.

“Lieveling”, vroeg ze vanuit de deuropening, “Wat bezielt jou in vredesnaam. Lig ik je m’n complimenten te maken, omdat je die eh, kanerwatvan, zal ik maar zeggen, overwonnen hebt, vlieg je in Adamskostuum de slaapkamer uit en zit je nu de wereld te veranderen in een doedelzak.”

Ineens haakte Victor weer aan. Natuurlijk, een doedelzak. Schotland. Beroemde astrologen en een spraakverwarring. O nee, hij had helemaal niet geslapen in dat open veld. Wel z’’n ogen gesloten gehouden, maar hij had wel degelijk naar haar relaas geluisterd. Een relaas over dierenriemen, over de stand van de planeten en zo. Maar vooral over de voorspelling dat kosmische straling invloed zou gaan uitoefenen op zogenaamde gelovigen. Die zouden minstens 24 uur in de toekomst leven. Marjan, zijn intelligente, maar van schaken niets begrijpende schaap, was één van hen! Zijn sprankelende astrologe had het ruimtelijke uitstapje beleefd en had de zege al meegemaakt.

Victor barstte in schaterlachen uit, met net dat beetje meer dan het gewone, wat zo kenmerkend is aan mannen die weten wat hun winnende zet zal zijn!

Deze Adam stond op, nam zijn Eva in zijn armen en zei: “Dank je, schat. Dank je voor dat mooie compliment. Leuk dat je die zet nog zo goed wist. Als ik dus vanmiddag 46.e4-e5 speel…”