Slotverslag van een mooie 21e editie!

FM Hing Ting Lai overtuigd winnaar Spindler Makelaars Watertoernooi

De oud-Nederlands jeugdkampioen schaken en aanstormend schaaktalent FM Hing Ting Lai heeft zijn titel van vorig jaar, zonder puntverlies, op maandag 29 mei trefzeker geprolongeerd.

De speler van schaakvereniging Zukertort uit Amstelveen schreef de 21e editie van het sterk bezette Erasmus Spindler Makelaars Watertorentoernooi (SMWT) overtuigend op zijn naam.

Dit schaaktoernooi is uitgegroeid tot het grootste jaarlijkse schaakevenement in Rotterdam, dit jaar met een record aantal deelnemers van 94. Het toernooi trekt inmiddels nog meer de aandacht door het buitenschaak. Voorafgaande aan de toernooiavonden worden demonstratiewedstrijden gespeeld die vanaf de Meidoornsingel en vanaf het terras van Laurens Borgsate de aandacht van de bewoners en voorbijgangers.

Ook de regionale pers heeft het toernooi van schaakclub Erasmus inmiddels ontdekt en publiceert erover. De hoofdsponsor van het Watertorentoernooi, Spindler Makelaars maakt sinds enkele jaren een aantrekkelijk prijzenfonds mogelijk. Steeds meer sterkere clubschakers weten dan ook de weg naar de fraaie speellocatie aan de Meidoornsingel te vinden.

Ook het Amsterdamse schaaktalent van schaakvereniging Zukertort, Hing Ting Lai, vorig jaar Nederlands jeugdkampioen schaken, speelde graag weer mee. Samen met zijn clubmaat FM Tobias Kabos reisde hij elke week vanuit Amsterdam naar de Schiebroekse speelzaal.

Zij werden eerste en tweede en maakten hun faam meer dan waar. In zeven mooie schaakrondes werd het hen bepaald niet gemakkelijk gemaakt. Integendeel. Lees de wekelijkse rondeverslagen er maar op na! Daarin geven veel deelnemers, onder wie de kampioen zelf, openhartig hun persoonlijke schaakbelevenissen en -ervaringen aan de buitenwereld prijs.

In totaal werden tijdens het toernooi ongeveer 300 wedstrijden gespeeld. Van heel veel, ik schat 130, werd op uitnodiging van de verslaggever door de schakers een wekelijkse impressie gegeven , zodat het een verslag voor en door de deelnemende schakers is geworden.

Heel speciaal en dank voor alle inzendingen!

Het podium

Toernooiwinnaar: Fidemeester Hing Ting Lai met 7 uit 7!

Op de tweede plaats, eveneens ongeslagen werd FM Tobias Kabos, die twee remises moest toestaan. Op de derde plaats met 5½ uit 7, eindigde de beste Erasmiaan van dit toernooi, Andrzej Pietrow.

De ratingprijzen

Om het toernooi aantrekkelijker te maken voor drie lagere ratinggroepen is een extra prijzenpot beschikbaar gesteld. De winnaars van deze ratinggroepen konden 40 euro winnen. De prijzen gingen naar:

Ratinggroep 1700-1850: Marcel Tillemans, die zelfs tot de vierde plaats van het eindklassement reikte.

Ratinggroep 1500-1700: Jaap van Meerkerk, die met 5 punten zich tussen de top tien schaakte en de achtste plek opeiste en net als Marcel een prima toernooi op zijn palmares kan bijschrijven.

Ratinggroep tot 1500: Jan Elso Ploeg, die met 3½ punt halverwege de ranglijst uitkwam op plaats 46, een knappe prestatie.

De sms-prijs

Tenslotte de meest ludieke prijs van ons toernooi, de SMS-prijs (Spindler Makelaars Spektakelprijs). Maar liefst 12 inzendingen dit jaar, alle te vinden in de partijendatabase. Marcel Tillemans wist volgens de driekoppige jury voor het meeste en indrukwekkendste spektakel te zorgen en incasseerde daarvoor 50 euro. Marcel kwam die avond dus met twee prijzen thuis en speelde een toptoernooi!

De partijen

Dan komen nu wederom een aantal spelers aan het woord!

Hing Ting Lai meldt over zijn partij aan bord 1 tegen Marcel Tillemans: “Voor de laatste partij stond ik al een punt los en was een remise met wit genoeg om ongedeeld eerste te worden. Als Marcel remise had aangeboden ergens in de opening had ik het waarschijnlijk wel aangenomen. Het werd een gesloten Catalaan, waarin zwart voor een interessante opzet koos met een vroeg Pe4 gevolgd door f5 met de contouren van een Stonewall. Op een gegeven moment was de koningsvleugel dicht en viel daar niks te halen voor beide spelers. Toen Marcel de stelling probeerde te openen met een interessant pionoffer, bleek dat toch iets teveel gevraagd te zijn. Hij kon weliswaar een kwaliteit winnen, maar daar kreeg ik dan twee pionnen voor terug met overweldigende compensatie. De kwaliteit werd niet aangenomen, maar de twee pionnen en later drie waren teveel van het goede en daarmee kon ik het toernooi afsluiten met 100%.”

Bord 2: Tobias Kabos – André Boon. Na een goed toernooi speelt Boon in de laatste ronde knap op bord 2. Kabos heeft echter zijn zinnen gezet op de overwinning. In een eindspel met T+P versus T+L en beide een aantal pionnen krijgt Kabos de betere stelling en dat wordt met zekere hand naar de overwinning gevoerd. Een prima debuut voor Kabos met een goede tweede plek! En ook Boon mag tevreden terugkijken op dit Watertorentoernooi!

Bord 3: Andrzej Pietrow – Wim Posthumus. Ook Posthumus was bezig aan een uitstekend toernooi! Nu nog de slagroom op het toetje. Pietrow was echter niet van plan om daaraan mee te werken. Na een Engelse opening won Pietrow al snel een eerste pionnetje en toen er later in het middenspel ook nog een tweede volgde, was dat voldoende voor de winst van Pietrow. Hij eindigde daarmee op een fraaie derde plek!

En ook Posthumus heeft een prima toernooi gespeeld. Ondanks een halfje uit de laatste drie ronden, heeft hij gewoon nog een plusscore van 1 punt boven zijn rating. En we zullen natuurlijk zijn allereerste tweet niet vergeten! “Bovenaan in Watertorentoernooi met 4 uit 4. Once in a lifetime :-)”

Bord 4: Olivier Vrolijk – Nathanaël Spaan. Olivier schrijft: “In de laatste ronde speelde ik tegen Nathanaël Spaan, een sterke tegenstander dus en voormalig winnaar van het toernooi, 8 maal maar liefst! Nathanaël had een rustige opzet met zwart, hierdoor kon ik rustig ontwikkelen naar een actievere stelling vanuit de Trompovsky. Zwart probeerde met wat breekzetten zijn stukken te activeren vanwege zijn iets passievere opzet. Dit leidde tot een mogelijke pionwinst voor zwart, de witte pion a2 kon worden genomen. Grote vraag was of dit wel goed zou zijn voor zwart. Ik focuste me in ieder geval niet op de pion op a2. Nathanaël koos in plaats van pionwinst voor afruil van ieder twee lichte stukken en toen bleek wit wel heel goed te staan. Nadat mijn stukken nog beter kwamen te staan kon de buit met snelschaken binnengehaald worden. Een voor mij fijne afsluiting van het toernooi!”

Bord 5: Selman Ercan – Frank van Zutphen. Frank doet verslag: “Met zwart opnemen tegen Selman, een pittige tegenstander in de laatste ronde! Er kwam een soort van Slavisch achtige stelling op het bord. Die had ik zelf eigenlijk nog nooit op het bord gehad, maar in de partij bleek het me wel te liggen. Het werd een echte manoeuvreerpartij. Lang werd het evenwicht eigenlijk niet echt verbroken en ik stond zelfs net iets minder. Maar toen wit zijn koning – vrijwillig – op g2 zettte, kwamen er plotseling allemaal matpatronen in de stelling. Na een fraai paardoffer waren mijn stukken niet meer tegen te houden en won ik zijn dame. Een mooi slot van het toernooi!”

Bord 6: Arno van Houten schrijft: “De laatste ronde speelde ik tegen Dick Straathof. Zowel Dick als ik waren van plan om onze eindscore op 5 punten te brengen. Remise zou in deze laatste ronde een ondenkbare uitslag zijn. De opening werd een Philidor, de zwaar bevochten hoofdvariant. Helaas geen offers op f7, zoals tegen Gerard Kastelein. In het middenspel werd het evenwicht niet verbroken. Op de koningsvleugel had ik geen aanknopingspunten, ik moest mijn spel op de damevleugel proberen te maken. Ook in deze fase van de partij deden wit en zwart niet voor elkaar onder. Pas in het eindspel en mede door de tijdnood van Dick kon ik mijn stukken op goede velden zetten. De witte koning moest in deze fase uit een matnet vluchten, maar er hingen ook verschillende tactische wendingen boven het bord. Een familieschaakje maakte een einde aan de partij.”

Bord 8: Leo Verhoeven – Johan van de Griend. Johan schrijft: “In de laatste ronde speelde ik tegen Leo Verhoeven. Ik ken Leo al meer dan 30 jaar. We waren ooit samen lid van HVO uit Vlaardingen. Na fusies heet de vereniging nu Fianchetto. Leo is voor mij altijd een zware tegenstander geweest. Dat bleek nu ook het geval te zijn. In een Siciliaanse partij kwam Leo met wit goed uit de opening. Mijn zwarte koning bleef in het midden staan. Daardoor had Leo voordeel. Om zijn voordeel te vergroten plaatste hij een paardoffer. Dat leek goed te zijn. Ik had echter een tussenzet die op zich tot gelijk spel had moeten leiden. In een poging om toch winnend voordeel te krijgen zette Leo alles op de aanval. Ik kon echter de zwarte stelling goed verdedigen. Uiteindelijk bleek de investering van een vol stuk geen rendement op te leveren en gaf Leo op.”

Bord 10: Jaap van Meerkerk – Murdoch Mac Lean. Jaap noteert hierover: “Had ik me helemaal voorbereid op Nathanaël Spaan, die voor mij met zwart bekende openingen speelt en was ik ook van plan om hem op eigen terrein huis te houden – wat dat zou het zeker wel geworden zijn, tenminste, als Spaan mij na de opening nog in leven had gelaten. Maar nee hoor, door enkele afmeldingen in het weekend besloten de wedstrijdlijders (grapje) mij tegen Murdoch MacLean in te delen. Toedeledokie met je voorbereidingen! Niet getreurd, wat heb ik te verliezen tegen een sterk schakend snelschaakwonder.”

“Na enkele zetten bleken we verzeild in een Hollandse variant waarin ik met wit snel tot d5 kwam en na doorschuiven van zwart kon ik de loper van b7 naar c8 dwingen. Na een paarduitval kreeg ik dreigingen op de witte velden van de koningsvleugel en besloot tot een optimistisch kansrijke ruil van paard tegen loper, waarna een witte pion op e6 in de zwarte stelling prikte. Verjagen of veroveren ervan zou enkele zetten kosten, dus voor mij tijd genoeg om nog wat tussenzetjes te doen. Ik had beter voor direct e4, zoals Murdoch aangaf, kunnen kiezen. Na wat schermutselingen kon zwart niet meer rokeren en stond zijn koning op de tocht. Ik had met Pd5 een kwaliteit kunnen winnen, maar zou met die variant mijn twee gewonnen pionnen inleveren. Ik heb al eens eerder dit seizoen meegemaakt dat een kwaliteit meer niet automatisch tot winst leidt (maar ik ben een tobber en kan niet schaken, vrij logisch dus) en Murdoch is normaal gesproken veel beter dan ik, dus besloot ik het zware geschut op het bord te houden en de kwal de kwal te laten. Later zou ik natuurlijk ongekend op mijn kop gaan krijgen en dat ik naar een winnend eindspel had moeten afwikkelen. Maar ja, ik zit nu niet met Hans Böhm in een schoolviertal te schaken. Die siste mij destijds, nonchalant achter mijn bord lopend: “f6, sukkel!” toe. Ik hoorde maandag echter niemand “Pd5 rund!” sissen. Enfin, even later had Murdoch zijn stelling bevrijd en stond het mijn of meer gelijk. Zwart achtte zich al winstkansen toe en ging a tempo optimistisch verder. Dat kostte hem even later de kop. Na een korte schermutseling op de damevleugel ruilde ik mijn sterk gepositioneerde paard af tegen de zwarte loper en kon even later een pion winnen, maar bood net daarvoor remise aan. Zwart dacht dat die pionwinst in het dubbeltoreneindspel tijdelijk was, sloeg mijn remiseaanbod af. Even later stond ik nog steeds die pion voor en kon mijn torens dodelijk sterk op de zesde plaatsen, nog een pion winnen. Toen zwart niet meer aan torenruil kon ontsnappen capituleerde hij.”

Bord 11: “In de partij Paul Wilhelm – Marcel Terluin ontstond een gelijke stand met een potentiële vrijpion voor wit”, aldus Marcel. “Zwart had voldoende compensatie door actief stukkenspel en een sterk paard. Na een ongelukkige ruil moest wit kiezen tussen een toren weghalen of een schaak op de onderste rij met stukverlies. Wit koos voor een derde optie en gaf de partij op.”

Bord 12: Cander Flanders – Marvin Dekker. Marvin doet verslag: “Na verwisseling van zetten kwamen we tot een Nimzo-Indische partij. Na veel manoeuvreren stond het ongeveer gelijk. Wit had kansen om via het centrum spel te maken en ik kon met zwart dreigen met een indirecte penning. Cander concentreerde zich volledig op de damevleugel, waardoor ik met een tussenzet mat kon dreigen. Daarna werd mijn loper oppermachtig over de witte velden. Mijn dame hoefde alleen naar h3 zien te komen om daarna mat te geven op g2. Wit had nog een grapje met Da6 en onderste rij trucjes, maar na b5 was mat of stukverlies onvermijdelijk. Dus dan maar een desperado-aanval en ik besloot uiteindelijk met Dh3. De wedstrijdleider pakte het papiertje om de uitslag in te vullen, waarop Cander zoiets zei als “It ain’t over until it’s over!” en gaf toen op.”

Bord 14: Davin Mostert – Henk de Heer: Davin doet verslag: “Tijdens mijn partij tegen Henk de Heer heb ik constant zeer precies moeten verdedigen. Hier en daar liet Henk me een pionnetje afsnoepen, maar wel steeds in ruil voor nieuwe aanvalskansen. De partij vorderde en eenmaal aangekomen in een eindspel met dame + paard tegen dame + loper van Henk, kon ik met een mooie combinatie de partij beslissen. Na pak en beet 50 zetten gespeeld te hebben en met nog maar 3 minuten op de klok dwong ik met een listig schaakje een dameruil af. Als Henk deze niet zou accepteren zou hij zijn loper verliezen, maar aangezien hij inmiddels vier pionnen achter stond, gaf hij (terecht) op. Henk zei me dat ik goed verdedigd had en dat hij niet beter gestaan zou hebben. Met dat eerste was ik het eens, het tweede niet. Henk heeft deze partij gewoon goed geschaakt en ik moest alle zeilen bijzetten om de overwinning binnen te slepen!”

Bord 16: Henk van der Velde – Leo Koster. Henk rapporteert: “De opening verliep voorspoedig voor mij en ik nam al vroeg in de partij het initiatief. Mijn tegenstander moest een zwakke pion verdedigen, hetgeen ten koste ging van de coördinatie tussen zijn stukken. In het middenspel kon ik nieuwe zwakten in zijn stelling creëren en de druk vergroten. Een mislukte bevrijdingspoging betekende het einde van de partij.”

Bord 19: Anton van Berkel – Arie de Jong. We laten Arie aan het woord: “Ik was maandag niet zo goed fysiek, maar ik speelde tegen Anton van Berkel toch weer eens lekker experimenteel. Geen touw aan vast te knopen dus. Desondanks een leuke inhoud, maar ik liet in een onbezonnen moment weer eens een pionnetje in de steek. Uiteindelijk werd dat toch het vonnis.”

Bord 21: Henk de Kleijnen – Jan ten Brinke. Het slot van het toernooi, de allerlaatste partij die nog bezig is. Ten Brinke heeft eerder in de partij materiaal en staat een kwaliteit voor. Hij laat de omstanders meegenieten hoe dit voordeel over de drempel te krijgen. Om iets voor half twaalf gooit De Kleijnen de handdoek in de ring.

Bord 33: Wim Heinen speelde tegen Jaap Brokaar en schrijft: “De partij Heinen – Brokaar kende een bizar slot. In een Konings-Indische opstelling overzag wit de gevaren van het strategische 21. Lg7-h6, hetgeen een pion kostte in ruil voor vage aanvalskansen. In de daaropvolgende fase lukte het zwart niet direct te winnen, waarna wit vanaf de 45e zet met dame en toren een aanval op de zwarte monarch lanceerde. Zwart verloor een toren, maar incasseerde, toen de kruitdampen waren opgetrokken, het halve punt, met wits vlag op vallen!” Dat het er hier op bord 33 heftig aan toe ging zal duidelijk zijn! Kruitdampen, tijdnood, zinderende aanval, secondenwerk, dan maar remise en uithijgen. Ik trof Wim na afloop en zag aan hem dat er wat bijzonders was gebeurd. Ik vroeg hem direct er wat over te melden natuurlijk! De volgende ochtend al door de post bezorgd c.q. in de mailbox gedropt.

Kijk hier voor alle uitslagen en de eindstand van het Spindler Makelaars Watertorentoernooi van 2017.

Jullie verslaggever Jaap van Meerkerk, met dank aan allen die weer een bijdrage hebben ingeleverd!