Schaaktafereeltjes van toen en nu, Lemon als toverdrank en een vertrouwd puntje

Lucas van Leyden:”Het schaakspel”, 1508
Staats Museum, Berlijn, Duitsland

Op schaaksite.nl trof ik de volgende afbeelding: een middeleeuws schaaktafereel van Lucas van Leyden, een vooraanstaand schilder uit die tijd die zich toelegde op “genre painting” en dus taferelen uit het alledaagse leven schilderde.

Wat we hier zien herkennen we direct.

Mensen verzameld rond een schaakbord. Zijn het belangstellende clubleden die getuige zijn van een mooie combinatie die tot mat leidt? We weten het niet, de meeste omstanders hebben vooral aandacht voor elkaar. Een van de omstanders bemoeit zich echter wel met de partij en lijkt de hand van de vrouw te willen sturen naar het juiste stuk. Haar tegenstander krabt zogenaamd ongeïnteresseerd in zijn haardos en trekt zich weinig van de omstanders aan.

Veel is er niet veranderd in 500 jaar schaakgeschiedenis. Het is 2018 als we ons midden in de schaakarena van de grootste club van de Rotterdamse Schaakbond bevinden. Als we ook daar even aandacht schenken aan een slottafereeltje, blijken de overeenkomsten verbluffend. We vallen, als opstapje, middenin een gesprekje.

Een van de clubleden, een zekere Landsheer, vraagt: “Wil je nog even kijken?” Zijn tegenstander vertelt: Ons eindspel met gelijke lopers was net remise gelopen, al dacht ik aanvankelijk met de volle buit huiswaarts te kunnen keren. Hoewel ik Jeroen zichtbaar teleurstelde liet ik deze keer afsluitrituelen prevaleren. De vijf nog niet verwerkte uitslagenbriefjes vroegen aandacht.

Jan HvD had, zoals gebruikelijk, het meeste werk al gedaan. Op de valreep toch maar wat spellen controleren. Het is 23.20 uur. Nog niet alle uitslagen zijn bekend. Ik loop naar de tafel der laagste bordnummers, plaats van Erasmus’ Grote Denkers.

Rond bord 2 is, evenals op het schilderij van toen, een opstootje. De slotstelling heeft de volle aandacht van de meeste nog aanwezige nachtschakers. Wim Posthumus, krabt niet in zijn haar, maar werkt zijn notatieformulier bij. Onverstoorbaar, net als de schaker op het schilderij. Frank heeft hem zojuist een matcombinatie cadeau gedaan. Zijn in de steek gelaten zwarte koning, door een witte dame en haar raadsheer compleet uitgerookt, staat op g8 heel ziekig te wezen.

Stoïcijns werkt Wim zijn unieke notatieboek bij (inderdaad, toen werd er niet genoteerd). Met moeite onderdruk ik een gevoel van jaloersheid. Zo koel blijven, zo’n mooi notatieboek. De schaaksport als genotsmiddel zien. Wim kan dat. Ik niet. Geen spoor van tegen de kuiten klotsende adrenalinegolven. Ook het schilderij toont daar geen spoor van.

Bitter Lemon

“Zoet frisdrankje, Wim?” oppert onze glunderende praeses. “Bitter Lemon”, geef Wim terug, en laat zich niet afleiden. “Wat?” “Bitter. Bitter Lemon, graag.” Waar maak je zulke tafereeltjes mee? Juist, bij ons, in onze speelzaal. Geboeid neem ik het tafereel in me op. Na zo’n slotstelling Bitter Lemon bestellen, ook zoiets. Heel bijzonder. Frank geniet zichtbaar van het zoet van de overwinning, Wim van het bitter van het verlies. “Iets voor je volgende verhaal,” grapte een andere Wim, “dat bitter Lemon” bestellen met zo’n slotstelling. Prachtig. Wim wist ook iets over heilzame werking van Lemon en iets met Engeland.

Ik neem me voor hierover te schrijven. Zo serieus dat het tafereel me in de nacht niet met rust zou laten. Wakker of niet, ik hoorde toch duidelijk Bitter British! Lemon, Lemon! Geleidelijk stierf het roepen weg in het donder van de nacht. Het is vooral de kinine die de drank zijn bittere smaak geeft en werd in de Britse koloniën gedronken om malaria af te wenden. Minder bekend is dat heilzame kinine ook geliefd werd onder schakers om een bitter verlies te verwerken. Alle puzzelstukjes vallen plots in elkaar. Opgelucht kan ik het onvergetelijke tafereel een plekje geven.

En Wim? Die pakte zijn gewone leven weer op. “Heb je lekker geschaakt?”, klonk het van boven. “Of heb je weer Bitter Lemon moeten drinken?” “Ik had met mijn loper die pion op e4 moeten slaan, dan was die hele slotcombinatie niet doorgegaan”, mompelde Wim.

Frank van Zutphen – Wim Posthumus, Erasmus intern voorronde 6, 8 oktober 2018

Opmerkelijk

Peter Aarnoudse (1596) remiseert tegen Eric Hoogenes (1985). Peter schaakt zich vast een paar honderd ratingpunten omhoog, dit seizoen.

Jeroen Landsheer deed met zijn zege op de clubkampioen al eerder van zich spreken. Nu remiseerde hij tegen Jaap van Meerkerk. Niet een bijzondere prestatie natuurlijk, het ratingverschil van 250 is dan ook tijdelijk.

Rens Hesselmans (1328) wint van Schiebroekcoryfee Bram de Knegt (1551), die kennelijk na een aantal weken Canada weer even moest wennen. Ik weet niet of het weer een Hesselmansje was? (toelichting voor onze nieuwe leden: een Hesselmansje: na wanhopig gebaar in zogenaamd verloren stelling een winnende zet doen).

Coen van Vlijmen (1015) knokt zich naar een mooie remise tegen Daan Gijsbertse (1300). Lees hoe dat ging in zijn bijdrage voor dit rondeverslag.

Externe wedstrijden

Maandag 15 oktober Spelen ons 1e en 4e team een externe wedstrijd. Het 4e team speelt uit tegen Barendrecht/IJsselmonde 2. Het 1e team speelt thuis tegen RSR Ivoren Toren 1. We beginnen nu dus even voor achten. Komt allen ruim op tijd.

Individuele partijverslagen van onze clubleden

Vijf leden van de elf gaven deze keer gehoor aan mijn uitnodiging. Geen zorg, u komt allemaal aan de beurt. Nu geen tijd? Volgende keer beter. Laat ons meegenieten! Anders wordt clubschaak wel een erg eenzaam gebeuren. De bordnummers heb ik er deze keer maar weer eens bijgezet. Dank aan Coen van Vlijmen, Cor van As, Henk de Kleijnen, Henk Ochtman, en Wim Westerveld!

23. Coen van Vlijmen – Daan Gijsbertse

Coen vertelt: Afgelopen maandag speelde ik tegen Daan Gijsbertse. Hij met zwart en ik dus met wit. Ik opende met d4 en Gijs antwoordde met f5. ‘Dutch’ zoals mijn openingendatabase aangeeft. Weer wat geleerd. Nou is het Nederlands mij goed bekend, maar Hollands is toch wat anders. Dus ik speelde e3 en c3 om een vertrouwd puntje iets links van het midden te krijgen. Misschien niet zo vernuftig, maar wel een veilige keuze en ook leuk om weer eens een hele avond te schaken in plaats van na een paar zetten in de opening van het bord te zijn geveegd.

Daarna werd het ook serieus spannend tussen Daan en mij. Daan wachtte heel lang met rokeren. Sterker, hij heeft helemaal niet gerokeerd en dat brak hem aan het eind ook op. Hij had een heel sterke aanval op mijn koningsvleugel met zijn dame, ondersteund door een toren die op mijn koningslijn stond en één paardenkracht in de achterwacht. Daar tegenover leek ik niet genoeg te hebben om me te verdedigen. Maar vanwege een door röntgenschaak gepende pion en de daarbij behorende schade die mijn dame zou kunnen uitrichten, moest Daan geforceerd het initiatief houden met nog een paar minuten op de klok. Hij kwam ver, maar niet ver genoeg.

Al met al kwam het erop neer dat zijn aanval stuk liep. Het beste wat hij er nog uit leek te kunnen halen was eeuwig schaak. Thuis bleek dat mijn koning nog makkelijk kon ontsnappen, maar dat is achteraf. We kwamen remise overeen en gingen allebei tevreden naar huis. Na een héle avond schaak.

Overigens heb ik na mijn partij met Daan mijn ‘blunderschaal’ (d.i. het aantal verliespunten per zet om van een blunder te willen spreken) naar beneden moeten bijstellen. Dat is natuurlijk een winst op een zeer relatieve en persoonlijke schaal, en toch niet minder leuk om hier te delen.

15. Aad Jan Roos – Cor van As

Cor van As doet verslag: Desgevraagd een kort verslag van mijn wedstrijd tegen Aad Jan Roos. Ik vind een begrijpelijk verhaal over een schaakwedstrijd, een moeilijke tot een onmogelijke opgave. Toch een poging.

Ik speelde met zwart, en zoals dat hoort als wit de opening goed speelt, zwart steeds onder druk staat, zo ook in deze partij.

In een remise-achtige stelling, waarin Aad Jan, m.i. naar voren had moeten spelen, gaf hij onnodig het initiatief uit handen, en gaf met weinig tijd op de klok, een stuk weg, en gaf op.

8. Henk de Kleijnen – André Boon

Henk aan het woord: Een man van weinig woorden. Wel een speler die het iedereen moeilijk kan maken. André Boon: koel, beheerst en onverzettelijk. Dreigende uitstraling. Loerend op kleine kansen om dan onverbiddelijk toe te slaan. Twee keer eerder zaten we tegenover elkaar. Tweemaal werd het remise, waar ik eerlijk gezegd niet ontevreden over was. Winnen, hoe lastig ook, was nu mijn doelstelling.

Onze partij verliep rustig tot het middenspel, totdat zwart de zaken naar zich toe probeerde te trekken. Een scherpe reactie leverde me het initiatief op. Dat kon worden vastgehouden en zelfs uitgebouwd tot steeds grotere druk op de zwarte veste. Achteraf bleek, dat ik volgens Fritz in de eindfase steeds de sterkste zetten deed. Dat leidde tot een verwurging waaraan niet viel te ontsnappen. André zag het onvermijdelijke in en produceerde een stevige handdruk ter overgave. Om vervolgens direct weg te benen, de speelzaal uit. Meer dan een viertal woorden hadden we deze avond niet gewisseld.

6. Paul Wilhelm – Henk Ochtman

Henk zegt hierover: Maandag speelde ik tegen Paul Wilhelm een pot met wisselende kansen. Na een Aangenomen Damegambiet stond ik met zwart iets minder. In een scherp middenspel overwoog ik een torenoffer op g2 om de koning op te jagen. Het leek me toch te gevaarlijk en Paul verhinderde het vervolgens door g3 te spelen. Dit kostte hem wel een pion. In het eindspel mocht ik een van mijn paarden te grabbel gooien om met de torens op koningsaanval te spelen. Dat leverde een matnet en winst op!

Paul Wilhelm – Henk Ochtman, Erasmus intern voorronde 6, 8 oktober 2018

5. Anton van Berkel – Wim Westerveld

Wim aan het woord: Een bijzondere tegenstander: Anton van Berkel. Toen ik dat zag op het wedstrijdschema moest ik onwillekeurig denken aan de geweldenaar Nezhmetdinov die vele malen schaak- en damkampioen was van Rusland. Gelukkig voor mij zit Anton niet helemaal in die categorie, maar hij mag zich wel scharen in een illuster rijtje.

Uit de losse pols rangschik ik dat gezelschap van dammende schakers en schakende dammers in volgorde van gecombineerde speelkracht als volgt.

  1. Rashid Nezhmetdinov, natuurlijk.
  2. Vasily Ivanchuk, hij liet de vorige schaakolympiade schieten voor een damtoernooi!
  3. Jannes van der Wal, wereldkampioen dammen en later wist hij een zeer goed schaakniveau te bereiken.
  4. Ton Sijbrands, ongetwijfeld de beste dammer aller tijden maar hij bereikte lang niet het schaakniveau van Jannes.
  5. Andris Andreiko, nog een wereldkampioen dammen maar ik weet niet hoe sterk hij schaakte. Mogelijk hoort hij op 3.
  6. Ron Heusdens, sterke dammer en hij speelt ongeveer op het schaakniveau dat Jannes bereikte.
  7. Anton van Berkel, damgrootmeester en schaker en ik hoop dat Anton het eens is met de boven hem gestelden.

Nogmaals, dit alles geheel uit de losse pols en ik zal vast mensen vergeten hebben of verkeerd hebben ingeschat. Correcties en suggesties zijn welkom. Wellicht iets voor het volgende wedstrijdverslag.

En dan onze partij. Ik was benieuwd hoe sterk Anton zou spelen en dat viel tot en met zet 16 niet tegen. Anton zette met wit de partij enigszins terughoudend op. In de volgende stelling na zet 16 van zwart sta ik iets actiever, omdat de loper op b2 niet bepaald ideaal staat. We hebben allebei mooie velden voor onze paarden op de c-lijn. Maar veel is er nog niet aan de hand. Wit kan nu het beste een kwaliteit offeren op e6 met voldoende compensatie. Maar hier was Anton ineens van alle goede geesten verlaten en speelde Lf1. Op zich geen ramp, maar het plan daarachter is desastreus. Enfin, zie wat er gebeurde…

Anton van Berkel – Wim Westerveld, Erasmus intern voorronde 6, 8 oktober 2018

Tot slot

Zo, dat was het weer voor deze ronde, kijk hier voor alle uitslagen en de stand na de zesde ronde. Ik hoop dat u met plezier dit rondeverslag tot u heeft genomen, en wens onze spelers van het 1e en 4e team veel succes aanstaande maandag. En u natuurlijk ook! Tot maandag

Jaap van Meerkerk