How to avoid blunders, lebensraum en schaakonthouding

Met 24 partijen voor onze interne competitie en een wedstrijd van ons tweede team tegen Dordrecht 4 was het wederom een gezellige schaakdrukte in de speelzaal van Erasmus.

Het is nog stil in de speelzaal. Dan, plots een kreet van afgrijzen aan bord 3. Wim Westerveld blundert in gewonnen stand en moet Henk Ochtman met het volle punt zijn feestje gunnen. Concentratieverlies? Of liet Wim zich verleiden mee te vluggeren en een schwindel toe te laten?

Zelf maakte ik in mijn partij tegen Henk de Kleijnen een onbegrijpelijke blunder door mijn toren in te laten staan. Mijn toren werd door een paard op c7 aangevallen. Een zet later ben ik die toren kwijt. Ik ga het niet uitleggen, of een smoesje verzinnen. Het gebeurde gewoon.

Carel Keller sloeg een pion op c7 met zijn loper, terwijl deze door een dame op e7 gedekt stond. Weg loper.

Wat was er loos in ronde 10? Waarde het spook der schaakblindheid rond? Was het gebrek aan concentratie? Of speelt mee dat genoemde schakers lid geweest zijn van SV Schiebroek? Genoemde schakers zijn overigens zestigplussers, zou dat het zijn? Dus toch concentratie? Of heeft het iets met speelsterkte te maken? Absoluut niet. Was er, zoals de sterke schaker Gufeld overkwam een mooie vrouw in het spel? Nee, voor zover ik weet, niet.

“Girls (and especially attractive girls) have ruined many games of male chess players.” In one of his most famous stories GM Gufeld tells about a game that could have been the best game of his life. Meer lezen? Kijk hier voor het artikel ‘How to Avoid Blunders‘.

Het aantal artikelen en boeken over dit thema groeit. Het regent tips om de grootste vijand van iedere schaker te kunnen verslaan. Ik kom op internet vele tips tegen hoe blunders te voorkomen. Bijvoorbeeld: 7 tips to cure chess blunders, door Yuri Markushin. In het kort: alle zetten 2x checken (en ga op je handen zitten), vraag je altijd wat je tegenstander met die zet wil, nooit instinctief een zet doen, dagelijks werken aan tactiek, reken 2 zetten dieper, blijf geconcentreerd tot het einde (tja, maar hoe doe je dat …), geef niet te snel op. Ook op YouTube zien we video’s over dit item:

Elke blunder heeft zijn eigen verhaal. Wilt u het kwijt? Of even lekker van u afschrijven? Het lucht echt op hoor, kan ik u zeggen. Vertel erover en deel met uw clubleden welk plan u hebt gemaakt om die bloopers te voorkomen.

Opvallende uitslagen

Hans Brobbel (1689) maakt veel indruk met een overwinning op niemand minder dan de in uitstekende vorm verkerende Pieter Sturm (1937), die zijn eerste nederlaag moet incasseren. Hans heeft deze partij met commentaar ingezonden.

Kees van Toor (1720) maakt keurig remise tegen onze praeses Frank van Zutphen (2023) en levert daarmee ook een prestatie van formaat.

Lucian Mihailescu (1749) presteert opvallend goed door Leo de Jager (1867) te verslaan.

Aad Jan Roos (1676) doet van zich spreken door zijn remise tegen Ruud Dröge (1835).

Harry Nefkens (1440) maakt indruk met zijn remise tegen Henry Pijpers (1680). Lees zijn verslag.

Met dank aan

En dan nu de bijdragen van (naast ondergetekende): Hans Brobbel, Ton Dulk, Harry Nefkens, Jan Bruinsma, Daan Gijsbertse en Karel de Neef. Lees en huiver mee.

Pieter Sturm – Hans Brobbel

Hans schrijft: Na 33 zetten ontstond de volgende stelling op het bord. De partijen zijn nog redelijk in evenwicht. De strijd breekt los.

33. ..-Da8!!

Zowel de pion op d5 als op a2 staat onder vuur. Ik had wel gezien dat het paard op d6 kon slaan, maar de witte aanval op a2 is veel krachtiger.

34. Pxd6 Txa2 35. De3 Pf6 36. Kg3 Pbxd5 37. Dxc5 Lc6 De beste voortzetting denk ik. 38. g5 Pxf4 39. Lxc6 P6h5+ Een belangrijk tussenschaakje. De paarden vormen een gezellige tweeling. 40. Kf3 Txf2+ De doodsteek voor wit. 41. Kxf2 Da2+ 42. Kf3 Dxb3+.

Daarna werd de partij uitgevluggerd. Beiden hadden nog maar enkele minuten op de klok. Wit verloor nog een toren en het paard op d6. Zwart gaf ook nog een stuk weg, maar bleef gewonnen staan. Wit kwam in een matnet en gaf op.

Henk de Kleijnen – Jaap van Meerkerk

Op verzoek van Henk vertelt Jaap hierover: Onlangs op YouTube ingetikt: ‘Beating London’. En verhip, even later zat ik geanimeerd te kijken naar een instructief filmpje. Het bracht een aanpak met het fianchetto en na d6, niet de opstoot e5, maar c5 voor zwart. Ik sparde wat met mijn telefoon (Shredder Chess). Tegen Henk kreeg ik de eerste gelegenheid het eens te spelen. Henk speelde het London niet met c3, maar met c4 en Pc3. Heet het dan niet gewoon Loper-pionspel (Euwe)? Niet belangrijk. Na 12 .. Tc8 had ik in ieder geval een klein plusje (0.50).

Voor wat het waard is natuurlijk. Het middenspel kon beginnen. Na mijn agressieve centrumopstoot e5 kwam er spanning op het bord. Ik koos voor een te optimistische paardzet op de damevleugel en leverde pion a7 in. Het tegenspel dat ik zocht via de a-lijn kwam niet uit de verf. Wit kwam beter te staan. Ik ging weer in de denktank en vond tenslotte een aardig plan voor mijn loperpaar. Hoewel ik mijn stelling geleidelijk zag verbeteren bleef het allemaal redelijk in evenwicht totdat zwart in het voordeel kwam door actief spel op de koningsvleugel.

Wit moest keepen, en maakte met Ta2 (zie diagram) een beslissende fout, zo leek het. Na ..-Lxb4 staat zwart heel goed (iets van +2.50).

Het was al ruim na tienen en dan weet je als 60-plusser: pas op. Maar nee, hoor, ik paste in het geheel niet op, zo begaan was ik met mijn veelbelovende koningsaanval. Ware het niet dat wit ook mag zetten, en met Pc7 mijn toren op a8 aanviel.

Natuurlijk haal je die direct weg, naar weet ik veel welk goed veld dan ook! Nee dus en weg toren. Ik moest tegen mijn zin met Th8xa8 het paard eraf slaan, wat wit gelegenheid gaf zijn gehalijnde koning te bevrijden. Toch bleef zwart nog licht voordeel behouden. Henk speelde nu vooral goede zetten, maar moest mijn sterke loper uitschakelen door een kwaliteit terug te geven en bereikte een gelijke stand.

We leken op een remise af te stevenen, maar ik had aanzienlijk minder tijd op de klok, wist wit nog wat onder druk te zetten en de tijdsachterstand in te lopen. Met beiden minder dan een halve minuut te gaan vluggerden we het eindspel uit, verdienden beiden twee minuten erbij, en bleven onnodig toch (te) snel spelen. Dat deed Henk beter dan ik en na een kwaliteitswinst (de derde in deze partij) trok hij de vis op het droge. Dat was flink slikken voor mij, maar geloof het of niet, ik heb een lekkere pot gespeeld. En wie geen fouten maakt, werpe de eerste steen.

Jan Hoek van Dijke – Ton Dulk

Ton Dulk stuurde het cruciale moment in van zijn partij tegen Jan Hoek van Dijke.  Ton won, maar dat had zo maar anders kunnen zijn. Kijk verder voor de zeer fraaie koningsaanval, die op het bord had kunnen komen.

Jan Hoek van Dijke – Ton Dulk, interne competitie ronde 10, 5 november 2018

Harry Nefkens – Henry Pijpers

Harry doet verslag: Afgelopen maandag speelde ik na 4 bye’s tegen Henry Pijpers voor de interne competitie. Gezien het ratingverschil van 240 punten een aardige klus. Na een Spaanse opening kwam Henry met zwart met een dubbele torenaanval met dame en ongelijke lopers. Dit kostte twee pionnen maar alle zware stukken werden afgeruild.

Het eindspel leek gewonnen voor zwart, maar nadat de witte koning de a-pion had tegengehouden en wit een pion had teruggewonnen was remise een feit. Voldaan keerde ik per tram en bus huiswaarts.

Leo de Rooij – Jan Bruinsma

Leuk dat mijn partij tegen Leo de Rooy onder de aandacht kwam. Het was dan ook een heerlijke pot die je ‘s nachts dan ook nog een keertje speelt. In de opening gebeurde er niet veel. Eigenlijk keurig volgens het boekje (Leo wit, Jan Zwart) 1. d4 d5 enz. Alhoewel Leo stevig in de aanval ging werden de aanvallen keurig gepareerd.

Zo konden de witte paarden bijvoorbeeld niet oprukken omdat er geen vrije velden waren waar zij aanvallend heen konden. De lopers bestreken weliswaar cruciale diagonalen maar konden ook niet ver genoeg op het vijandelijk gebied komen. Zo gebeurde het dat er zich een machtsstrijd ontwikkelde op veld f4. Een zwarte dubbelpion f5 met f4 was cruciaal voor winst of verlies. Zelfs de zwarte koning moest voor overwicht zorgen om de pion voor zwart te behouden. Zwart was dus nog steeds in defensie. Het aardige is dat er dan een geweldige concentratie van stukken op het middenveld is.

Totdat wit op de linkerflank zijn pionnen naar voren schoof en dat gaf zwart weer adem waardoor er een snelle dreiging ontstond voor de witte koning. Zoals zo vaak ‘had ik maar een extra zet’ dan had wit het behoorlijk moeilijk gehad. Wit moest wel een aantal stukken terug zetten. Ook een vork dreigde voor wit. Bij een niet handig gespeelde zet van zwart sneuvelde de zwarte dame. Deze werd ingeruild voor een toren en een loper. Gezien de opstelling van de stukken bleef er toch een goed evenwicht. Helaas ging nu ook de klok een rol spelen (een ieder had nog zo’n 4 a 5 minuten) en bood zwart remise aan dat wit accepteerde.

Amon Alemyar – Daan Gijsbertse

Daan vertelt: Amon speelde met wit en stond het grootste deel van de partij beter. Terug van herfstvakantie kwam ik er na drie weken schaakonthouding maar moeizaam in. Amon opende keurig. Ik antwoordde net iets te slap en maakte mijn witte loper kwetsbaar. Dat strafte Amon gelukkig niet direct af, waardoor ik mijn wankele loper op h7 kon terugtrekken. Daarna lukte het me halverwege de partij tot een klein positioneel voordeel komen. Maar dat verknoeide ik kort daarop door mijn andere loper nadelig af te ruilen en mijn f-pion te verblunderen.

Gelukkig was er na mijn blunder geen directe dreiging en won ik wat initiatief terug door met mijn torens op f7 en e8 druk uit te oefenen op het centrum. Wit reageerde daar te defensief op door zijn dame terug te trekken naar de achterste rij. Daarna had ik geluk: wit verliest na 29. ..-Pa4 als een donderslag bij heldere hemel door 30. f4 te spelen.

Want met welke zet kan zwart daarna (zie de resulterende puzzelstelling op het bord) een even vileine als onvermijdelijke matcombinatie inzetten?

Aan te raden om zelf eerst te kijken.

Het antwoord is onder aan dit bericht te lezen!

Karel de Neef – Jannieko Scheele

Een langdurige afwezigheid op het slagveld van Caïssa vereist, net als bij het herstel van een fysieke blessure, een periode van trainen, wedstrijdritme opdoen en gewenning aan het oproepen van de juiste concentratie. Het zal voor niemand een verrassing zijn dat dit pad naar het oude vertrouwde spelniveau gaat via een hernieuwde ontmoeting met verrassende spanningsbogen, het te defensief of te offensief openen, de mentale schok bij een onvoorstelbare blunder en het gelukzalige gevoel van een overwinning.

Ik heb inmiddels alle gevoelens exact via de voorgaande route weer mogen ervaren. Onderweg naar ‘morgen’ kwam ik met wit deze keer Jannieko Scheele tegen. Na een rustige onregelmatige opening met koningsfianchetto voor wit, en een door zwart buiten de pionnenketen geplaatste loper op f5, begon het middenspel vanuit gelijke posities met de strijd om meer ‘Lebensraum’.

In dit strijdgewoel verloor wit totaal onnodig (verlies van concentratie) – en uiteraard ook zeer ongewild- een pion die noodzaakte tot het rigoureus hergroeperen van stukken en het sluiten van de linies. Vanuit deze positie trachtte zwart een koningsaanval uit te voeren, maar na nauwkeurig manoeuvreren wist wit in tijdnood een matnet te creëren rondom de lang gerokeerde zwarte koning, dat resulteerde in mat op de onderste rij. Pffff…

Antwoord op de schaakpuzzel:

30. ..-Db3! Wits c-pion staat gepend. Alleen 31. Dc1 kan Dxb2# daarna nog afwenden (31. Le5 maakt ook geen verschil meer, want ..-Txe5). Daarop volgt 31. ..-Pc3+ wat (door een tweede vileine pin op de b-pion) dwingt om 32. Ka1 te spelen, gevolgd door 32. ..-Da2#.

Dat was het weer voor deze week. Kijk hier voor alle uitslagen en de stand na de tiende ronde van de interne competitie.

Jaap van Meerkerk