Finales zijn weer begonnen!

Maandag 21 februari zijn de finalegroepen weer begonnen bij Erasmus. In drie groepen strijden de spelers om de prijzen voor het seizoen 2018-2019 in de interne competitie.

Traditioneel is het de eerste ronde altijd wat rustiger, omdat veel Erasmianen nog meedoen aan het Tata Steel Chess Tournament (volg hier hun verrichtingen).

A-groep

In de A-groep stonden vanwege de verrichtingen van verschillende Erasmianen in Wijk aan Zee twee partijen op het programma. De eerste partij in de A-groep ging tussen Murdoch Mac Lean en Martin Rensen; zij maakten er een serieuze strijd van. Met een glaasje melk naast het bord bij Mac Lean?!? Dan moet je pas echt oppassen als tegenstander. Mac Lean speelde het ook een goed en kreeg een toreneindspel op het bord met twee pionnen meer. Maar toreneindspelen blijven lastig en Rensen wist de partij toch nog net op remise te houden.

Henk de Kleijnen – Cander Flanders

Wéér te optimistisch…

Henk schrijft: “Bespiegelingen vooraf zijn altijd zinloos, maar ze kunnen wel iets zeggen over de bedenker. Ik stel me kwetsbaar op. In de wetenschap dat ik me voor het derde achtereenvolgende jaar bij de beste acht spelers in de voorronde plaatste, dichtte ik mezelf goede kansen toe in de A-finale.

Natuurlijk is Wim Westerveld een soort ‘buitencategorie’, maar verder is de eindstrijd door de afwezigheid van Pieter Sturm, Henk Ochtman en Frank van Zutphen volledig open en – vooral – gedevalueerd. Merkwaardig genoeg ben ik de enige representant van ons eerste (RSB)team. Daar staat echter tegenover dat ik qua rating vijfde ben. Als altijd optimistisch formuleerde ik de tweede plaats als doelstelling…

De eerste ronde bracht me met wit tegenover Cander Flanders, één van de sterkere tegenstanders. De partij liep lang op rolletjes. Na 15 bliksemzetten had ik zowaar méér tijd dan bij de start (1 uur en 31 minuten), terwijl zwart ruim een half uur had verbruikt. Mijn stelling oogde comfortabel, zelfs toen Cander wat tegenspel over de a-lijn creëerde. Overtuigd van de kwaliteit van mijn positie sloeg ik een remiseaanbod af. Optimistisch als ik zo vaak ben offerde ik op de 34e zet een stuk tegen twee pionnen. Fout. Weer eens té optimistisch. De beoogde aanval sloeg niet door. Beschaamd stelde ik daarna zelf maar remise voor, wat Cander met het oog op de klok (minder dan zes minuten resteerden hem) aannam.

Volgende week wéér een geduchte concurrent: Murdoch Mac Lean. Ook hij loert op de tweede plek en pakt de zaken bloedserieus aan. Tot verbazing van iedereen dronk hij twee glazen melk (!) in plaats van de gebruikelijke biertjes van Hertog Jan. Dat bleek overigens niet voldoende om Martin Rensen pootje te lichten: eveneens een puntendeling.”

Twee remises dus om mee te beginnen, maar al wel voldoende vuurwerk in de eerste ronde. Kijk hier voor alle uitslagen en de stand in finalegroep A.

B-groep

In de B-groep stonden er ook twee partijen op het programma. Leo Verhoeven nam het op tegen Davin Mostert. Er kwam een interessante stelling op het bord met tegengestelde rokades, waarbij het wat lastig was om in te schatten wie er nu eigenlijk beter stond (althans, door ondergetekende). En wellicht was het daarom ook niet vreemd dat de partij in remise eindigde.

Anton van Berkel maakte zijn debuut in de finalegroep B en nam het op tegen Paul Wilhelm. In een gesloten stelling won Wilhelm een kleine kwaliteit tegen Van Berkel (twee paarden tegen een toren). Wilhelm had echter wel een probleempje qua ruimte en toen hij een stuk weggaf, was het snel over en uit. Een mooie overwinning en prima start voor Van Berkel!

Kijk hier voor alle uitslagen en de stand in finalegroep B.

C-groep

In de C-groep stonden er in de eerste finaleronde 15 partijen op het programma. Wij laten enkele van de hoofdpersonen aan het woord.

Alik Tchavelachvili – Ton Dulk

Als laatste was deze partij nog bezig. Alik speelde heel goed en Ton Dulk moest tot in het verre eindspel zoeken naar een plusje. Ton zelf was hier kort en krachtig over in zijn woorden: “Na een spannende partij met veel wederzijdse fouten kon ik pas in het eindspel een moeizame overwinning over de streep trekken.”

Coen van der Bijl – Bram de Knegt

Bram schrijft over zijn partij: “Mijn eerste partij in de finale van de C-groep mocht ik tegen ons nieuwe lid Coen van den Bijl spelen. Coen is een voormalig hoofdklassespeler, maar heeft heel erg lang niet serieus geschaakt. Een enkel snelschaaktoernooi en verder met de kleinkinderen.

Het ontbreekt hem dus aan routine en dat betekende voor onze partij dat Coen pardoes een paard cadeau gaf. In het vervolg deed Coen wel de goede zetten, maar toen ik de dames kon ruilen en ik alsmaar dat stuk voor bleef staan, gaf Coen op de 22ste zet op. Als Coen door het vaker spelen die routine terug krijgt, lijkt hij mij een geduchte tegenstander en een aanwinst voor Erasmus.”

Wim Witvliet – Ruud Dröge

Ruud doet uitgebreid verslag van zijn partij! “Ik had de eer om te spelen tegen de nestor van onze schaakvereniging, te weten dhr. W. (Wim) Witvliet. Ik ben vanaf seizoen 2014-2015 officieel lid geworden en had nog nooit tegen hem gespeeld.

Op zet 12 sloeg ik met mijn loper een door een pion gedekte pion. Dat werd aangenomen en ik dacht op zijn minst met een pion voorsprong eruit te komen, daar ik een zet later met mijn dame op c6 de ongedekte toren op h1 en loper op c4 – die niet in één zet konden worden gedekt – aanviel.

Echter, toen ik de zet had uitgevoerd zag ik een paar seconden later in dat het een blunder betrof en wit strafte dat bekwaam af door lang te rokeren op zet 14, waardoor de toren op h1 gedekt kwam te staan. De ongedekte loper op c4 kon ik niet slaan vanwege Dd8 schaakmat, daar de dame van Wim op d2 stond en ik nog niet had gerokeerd.

Als je zelf iets onderneemt moet je niet alleen maar denken aan je eigen mogelijkheden, maar ook aan de mogelijkheden van je tegenstander. Een basisregel die ik niet toepaste. Ik stond dan ook theoretisch (en snel) compleet verloren, daar ik voor mijn loper slechts één pion had gekregen en de stelling geen enkele compensatie bood (waardering +5,50 voor wit).

Tja, wat doe ik zo’n geval? De d-lijn kreeg ik even later onder controle, maar dat kon wit gaan overnemen, waardoor er stukken zouden geruild zouden moeten worden, wat in principe voor mij in dat geval niet gunstig zou zijn, maar aan de andere kant was ik gedwongen om stukken af te ruilen, omdat wit dan er nog beter voor zou komen te staan.

Daarbij moet ik zeggen, dat wanneer je 373 elopunten meer dan je tegenstander hebt ik tegen ‘de regels in’ stukken afruil, omdat het verschil in sterkte met name in het eindspel tot uitdrukking kan komen. Niet dat ik een kenner van het eindspel ben, maar toch heeft de ervaring mij geleerd dat daar het een en ander te halen valt. Dus behalve de torens af te ruilen, besloot ik ongedwongen om een paard voor een loper te ruilen. Zo ontstond er een stelling na zet 22 van wit, waarin dhr. Witvliet een koning, dame, loper en zes pionnen had op drie eilandjes (1-2-3) tegen een koning, dame en zeven pionnen op twee eilanden (4-3). Mijn pionnen stonden loper technisch gezien haast allemaal op de juiste kleuren. Hiarcs gaf een waardering voor wit van +2,53. Dus van compensatie mijnerzijds was nog steeds geen sprake.

Op zet 36 deed ik een zet, waardoor de waardering van wit +3,76 was geworden, terwijl Hiarcs een andere zet voorstelde, waardoor de waardering van wit +1,71 zou zijn geworden. De volgende zet offerde wit om voor mij onbekende redenen geheel overbodig zijn loper voor twee pionnen, waarna ieder een koning, dame en vier pionnen over had (wit 1-2-1 pionnen, waarvan 1 vrije pion en zwart 4 verbonden pionnen), terwijl wit door niet te offeren de waardering op +3,76 had kunnen houden. Nu was de waardering volgens de computer 0,00 geworden.

Wit had daarna gemakkelijk eeuwig schaak kunnen geven, maar ik ging na wat schaakjes te hebben gekregen met mijn koning naar de onderste rij in de hoop dat ik schaak zou krijgen d.m.v. Dd6, hetgeen ook werd gespeeld op zet 43.

Wim Witvliet – Ruud Dröge, interne competitie, 21 januari 2019

Ik dacht glad gewonnen te staan, maar Hiarcs dacht daar anders over en gaf de stelling nog steeds een waardering van 0,00. Ja, ik weet het ik kan niet schaken. Wit speelde snel en ging op zet 45 met zijn koning naar h4 met de gedachte – neem ik aan- om mijn pionnenketen binnen te dringen. De computer gaf toen een waardering van -10.09 voor zwart, terwijl wit met h4 de waardering op 0.00 had kunnen houden. Ik kon de opmars van de witte koning eenvoudig stoppen door te antwoorden met f6, hetgeen ik ook deed.

Daarna was het een kwestie van uitschuiven. Een remiseaanbod van dhr. Witvliet op zet 49 kon ik niet aannemen (computer gaf mat in 38 aan en ik zag alleen dat ik gewonnen stond) en nadat ik de 54ste had uitgevoerd gaf hij op. Ieder had nog 29 minuten op de klok. Een beslist geen overtuigende zege. Dat belooft wat!

Fred de Heer – Harry Nefkens

Fred schrijft over deze partij: “De partij begon een half uur later daar ik deze avond geen tegenstander had en Harry nog in afwachting van een tegenstander was kon de omzetting plaats vinden.”

Hieronder is de hele partij na te spelen!

Fred de Heer – Harry Nefkens, interne competitie, 21 januari 2019

Rens Hesselmans – Jaap van Meerkerk

Jaap mailt over zijn partij: “Zelf speelde ik ietwat passief tegen Rens, in een Siciliaan met Lc4 nog wel. Toen wit een prima opstelling had koos Rens terecht voor een koningsaanval, die werd ingeleid door Dc1. Nadeel was wel dat de toren op a1 nog niet ontwikkeld was en voorlopig op non-actief werd gesteld. Door een bijna vanzelfsprekende paardactie in het centrum moest zwart scherp rekenen om nadeel te voorkomen. Via een gemene combinatie kon ik goed counteren en de partij in mijn voordeel beslissen.”

Ruurd Ouwehand – Peter Ruimschoot

Ruurd doet verslag: “Ik kreeg met wit tegen Peter Ruimschoot een Konings-Indische partij op het bord, waarbij ik de aanval op de koningsvleugel rustig kon opzetten. Met pionnen op c4, d4, e4 en f3 had ik het centrum stevig in handen.

Peter investeerde veel tijd, maar verspeelde teveel tempi en verzaakte om tegenspel op de damevleugel te ontwikkelen; 4 stukken sloten zichzelf in op de damevleugel. Nadat mijn stukken op de aanvalspositie stonden, begon de opmars van de pionnen g4 en h4 om zo een open h-lijn te creëren. Peter kon nog net het gevaar op h7 beteugelen, waardoor ik moest zoeken naar nieuwe doorbraak. Ook de pion op de f-lijn rukte nu op, waarna Peter (mede door zijn tijdnood) niet meer de juiste verdediging kon vinden. De opmars naar f6 kostte Peter een toren en het moedige verweer van Peter was eindelijk gebroken.

Daan Gijsbertse – Henry Pijpers

Eén van de verrassingen van de avond was de overwinning van Daan Gijsbertse tegen Henry Pijpers. Daan vertelt hierover:

“Vorige week speelde ik de laatste voorronde met wit tegen Henry Pijpers. Deze week speelde ik de eerste ronde van finale wederom met wit en … wederom tegen Henry Pijpers. Beiden geamuseerd door de loting besloten we goed gemutst om ook precies weer op dezelfde plek in de zaal te spelen en openden we opnieuw met 1.d4-d5.

Het werd geen theoretische discussie, vanaf de tweede of derde zet trok Henry een ander plan. Toch leken de twee partijen opvallend veel op elkaar: beide keren wist ik met wit een zet of tien het voordeel te behouden, troefde Henry me in het middenspel toch af door met een mooie combinatie een hangende pion te kapen en dwong hij vervolgens een dameruil af om zijn voordeel relatief te vergroten. Zowel in ons eerste als in dit tweede treffen was dit echter nog niet doorslaggevend. Twee keer volgde een lastig eindspel voor beide spelers.

De laatste overeenkomst tussen de twee partijen was dat ik twee keer het geluk had dat Henry met een ogenschijnlijk goede zet zijn positie toch dusdanig verzwakte dat ik in het voordeel kwam. Waar ik in de eerste partij nog maar 2 minuten op de klok overhad en Henry in die situatie mijn remiseaanbod accepteerde, had ik de tweede keer nog een kleine 15 minuten waarin ik de partij nu wel in mijn voordeel kon beslechten.

Kortom, twee leuke en leerzame partijen waarin ik het geluk had om tegen het einde van de partij een kans te krijgen om terug te komen en die de tweede keer ook wist te verzilveren.”

Kijk hier voor alle uitslagen en de stand in finalegroep C.

Dank weer aan Bram, Daan, Fred, Henk, Jaap, Ruud, Ruurd en Ton voor jullie bijdrage aan dit verslag!

Frank van Zutphen