Een kraker op bord 1, gevloerde (oud-)kampioenen en aanstaande OV-perikelen

In ronde 6 stond de kraker van het Watertorentoernooi 2019 op het programma. Aan bord 1 mochten Gert Timmerman en Julian van Overdam de degens met elkaar gaan kruisen.

De winnaar zou een grote stap gaan zetten naar de eindoverwinning van deze editie van het Watertorentoernooi. Samen met 66 anderen begonnen zij om acht uur aan de zesde ronde.

OV-perikelen maandag 3 juni

Voor iedereen die maandag 3 juni met tram 4 komt, hou rekening met het volgende.

De RET start op maandag 3 juni met werkzaamheden aan de rails op de Straatweg. Met de tram kom je dan niet bij ‘onze’ uitstaphalte aan de Bergse Dorpsstraat. Pendelbus 704 rijdt in 1 richting vanaf halte Station Noord langs de vervallen haltes van tramlijn 4. Je kunt ook gebruik maken van buslijn 35 en/of 174.

Door de overstap kan de reis wat langer duren. Vertrek dus iets eerder. Zie voor meer informatie op de website van de RET of check de mogelijkheden op 9292.nl.

Kanshebbers voor het eremetaal

Dankzij de prima overwinning van Julian van Overdam op Gert Timmerman (verderop na te spelen) staat Julian van Overdam nu op 6 uit 6. In zijn kielzog volgt Frank van Zutphen met 5½ uit 6 na een spectaculaire hakken en zagen partij tegen Ruud Bosch. Komende maandag wordt in een directe confrontatie uitgemaakt wie zich de volgende winnaar van het Watertorentoernooi mag noemen!

Met 5 uit 6 speelt Gert Timmerman nog mee voor de overige podiumplaatsen en hij heeft daar nog concurrentie van een pelotonnetje van zes spelers bestaande uit Cor de Wit, Arnout van Kempen (met een prachtige plusscore van +1,79 punten na een remise tegen Henk Ochtman en overwinningen op onder andere Wybe Evenhuis en Eric Hoogenes!), Andrzej Pietrow, Peter van Oevelen, Henk Ochtman en Martin Rensen.

En ook voor de ratingprijzen is er nog volop strijd. Ruud Bosch gaat met 4 uit 6 na de voorlaatste ronde aan de leiding in de groep < 1800. Ruud Neumeijer staat met 4 uit 6 bovenaan in de groep < 1650. En  Jeroen Landsheer heeft in de groep < 1500 het stokje overgenomen van Danny Hetharia.

Inzendingen van de spelers

En ook deze week weer veel erg leuke inzendingen van de spelers! Met dank aan Julian, Arnout, Wim, Ruud, Cor en Bram!

Bord 1: Gert Timmerman – Julian van Overdam

Aan bord 1 ging de strijd tussen de beide topfavorieten Gert Timmerman en Julian van Overdam die beiden bij de start van de ronde nog een 100% score hadden. Het werd een spannende en boeiende strijd, waar Julian aan het einde van de avond toch het punt binnenhaalde! Julian stuurde de partij in met commentaar. Een zeer interessante partij om na te spelen!

Bord 3: Arnout van Kempen - Henk Ochtman

Ik kwam moeizaam de opening door. Henk zette mij met zwart stevig onder druk zowel qua stelling als qua tijd. Een groot gedeelte van de partij moest ik de boel keepen. Ergens leek ik gelijk te komen en nog wat later leek ik beter te staan. Toen pas ging Henk echt lang nadenken en werd het tijdsverschil gelukkig kleiner. Ik won twee pionnen maar Henk kreeg hiervoor ruime compensatie want zijn stukken stonden perfect opgesteld. Ik kon zomaar mat worden gezet. Ergens verloor ik de kwaliteit, maar omdat ik twee pionnen meer had kon zwart de partij niet meteen uitmaken.

Volgens mij kon Henk het beter spelen en hij liet mij ontsnappen met remise. Ik maakte een soort vesting met paard en twee pionnen tegen toren en een pion. Op moment van remise hadden we allebei nog iets meer dan een minuut op de klok staan. Na afloop was Henk teleurgesteld want hij had op meer gehoopt dan een halfje.

Later volgde ook nog het ‘oordeel’ van de computer! Tot en met zet 12 was alles nog in evenwicht. Na zet 13 (dameruil op f4) van zwart stond zwart met -0,8 duidelijk beter. Rond zet 20 was alles weer gelijk. Na zet 31. Lb4-d6 stond wit na pion f5xg6 op +1,8 en op zet 33. Pg3xh5 zelfs op +4,31. Op zet 40 geef ik zeer groot voordeel weg door met de toren op f1 te gaan staan en mijn pion op f2 te verdedigen. Met 40. Pxf5 (weer veld f5) had ik op +5,7 kunnen komen. Dat is vrijwel gewonnen. Niet gezien en daarna was de stelling ondanks kwaliteitsverlies de hele tijd ongeveer in evenwicht. Er had waarschijnlijk meer in gezeten als ik meer tijd had gehad.

Bord 8: Nathanaël Spaan - Wim Posthumus

Wim nam het op tegen veelvoudig kampioen van het Watertorentoernooi en schrijft: Mijn spectaculaire partij tegen Nathanaël Spaan wil ik in aanmerking laten komen voor de spektakelprijs. De eerste positionele fase was zeker interessant, de daarop volgende combinatoire fase was spectaculair, maar geen spektakel van de bovenste plank. De laatste eindspelfase in tijdnood mag met recht spectaculair worden genoemd. Echter door de tijdnood hebben we niet meer kunnen noteren en evenmin kon ik het exacte verloop reconstrueren. Zie verder de beschrijving bij de partij. Al met al genoeg voor een nominatie lijkt mij.

Bord 12: Davin Mostert - Ruud Neumeijer

Ruud mailt: Ik kom op maandagavond (helaas) altijd iets later in het Huis van de Wijk Arcadia en op alle borden wordt dan al serieus nagedacht, althans, dat veronderstel ik 😉 Zo rond 20.15 uur kwam ik dan 'lichtelijk bezweet' binnengestormd en ging op zoek naar bord 12 tegen Davin Mostert. Ik speel nog niet zo lang bij Erasmus, dus ik had geen flauw idee wat ik eventueel zou kunnen verwachten, maar dat het een zware dobber zou worden daar leek geen ontkomen aan. Met een ratingverschil van circa 250 punten in het nadeel van de zwartspeler, lag een 'vluggertje' natuurlijk erg voor de hand. Met 17 zetten werd het inderdaad een vluggertje...

Het werd een Aangenomen Koningsgambiet en na een lichte aarzeling koos ik voor de zogenaamde Cunningham-verdediging:

Wit ging er hier eens goed voor zitten en investeerde ongeveer 20 minuten. In de tussentijd had ik mij bevrijd van de (inmiddels te warme) overtollige fietskleding, verse drank voor ons beiden gehaald en bij diverse borden gekeken om mij op de hoogte te stellen hoe anderen zich weerden.

Een zwaai van achterin riep mij terug naar mijn eigen partij en daar was het verrassende 9. Pe5 gespeeld. Lichtelijk verbaasd keek ik of ik het allemaal goed zag en voor de zekerheid keek ik nog een keertje. Daarna deed ik dan toch maar 9. .. Lxh4+. Vrijwel direct bekende Davin dat hij 20 minuten naar Pe5 had gekeken en gerekend, maar deze zet totaal over het hoofd had gezien. Tsja, het overkomt iedereen natuurlijk wel eens... Er volgde nog 10. Kf1 Pg3+ 11. Kg1 dxe5 12. d5 Pxh1 13. Dh5+ g6 14. Dxe5 0-0 15. Lxf4 Df6 16. Dxc7 Dxf4 17. Dxb7 Lf2+ waarna direct werd opgegeven vanwege ondekbaar mat.

Ik vermoed dat Davin in een volgende onderlinge partij de zaken weer wil herstellen, we zullen zien, ik ken nu zijn speelstijl... 😉

Bord 19: Murdoch Mac Lean - Cor Treure

Cor vertrouwt ons toe over zijn partij tegen de huidige clubkampioen van Erasmus: Toen ik maandagavond de speelzaal binnen stapte dacht ik de bevestiging van de zaterdag-indeling te zien te krijgen; het was tenslotte alle keren al uitgekomen. Echter, ik zag deze keer een andere naam staan dan voorspeld: met zwart tegen Murdoch MacLean. Leuk, ik ken hem al tientallen jaren maar we hebben nog nooit tegen elkaar gespeeld.

We belandden in een Russische partij die Murdoch positioneel aanpakte en waarbij ik me passief maar degelijk opstelde. Thuis vertelde het analysemonster dat de stellingwaarden schommelden tussen +30 en +80 voor wit én dat ik een aantal keren verzuimde om een (veel) actievere voortzetting te kiezen. Ik bezorgde Murdoch met 10. .. Lxc3 een dubbelpion op c2 en c3 in de hoop daar later in de partij profijt van te hebben. Maar zover was het nu nog niet.

Met kleine zetjes kreeg wit het centrum in handen en met een oprukkende a-pion werd op de damevleugel tegenspel van zwart bij voorbaat in de kiem gesmoord. Alsof dat nog niet genoeg was verscheen op zet 16 ook nog een wit paard op f5. Die kon ik niet met goed fatsoen laten staan en ik moest hem tegen mijn goede loper afruilen, wat wit het loperpaar tegen een zwart paardenpaar opleverde. Gek genoeg bleven de stellingwaarden volgens het analysemonster nagenoeg gelijk: nog steeds tussen +30 en +80 voor wit.

Toen schoof wit met 19. d5 het centrum dicht en kon ik een paard op e5 posteren. In de volgende manoeuvreerfase besloot wit op de koningsvleugel ruimte te winnen met 20. g4, daarbij zijn koning op de tocht zettend en werd het tweede zwarte paard naar het in deze stelling sterke veld g5 geleid. Er dreigde op h3 een pion gewonnen te worden maar ook een familieschaak op f3 met damewinst.

Wit besloot noodgedwongen het paard op g5 te ruilen waarna meteen ook de dames op g5 geruild werden. Dit bezorgde zwart weliswaar een dubbelpion op de g-lijn maar de grootste druk was nu weg. Er ontstonden nu contouren van een eindspel van een slechte witte loper tegen een sterk zwart paard. Het analysemonster beoordeelde de stelling inmiddels met +30 voor zwart.

In het vervolg van de partij ging ik niet in op pionwinst met afruil van het sterke paard tegen de zwakke loper maar ik verloor door een onnauwkeurige zet zélf een pion. Gelukkig wist zwart daarbij de nodige druk over de c-lijn te creëren. Zwart besloot een pion te offeren om het paard op e5 te installeren waar het nooit meer verjaagd kon worden. Ook was het daarbij onvermijdelijk dat zwart de geofferde pion weer terug wint zodat het deficit weer één pion is. Omdat wit die ene pion voor stond, oordeelde het analysemonster de stelling tussen +30 en +60 voor wit.

In de volgende fase probeerde zwart met paardmanoeuvres verzwakkingen van de witte stelling uit te lokken en zowaar, wit begon zijn pionnen op witte velden te zetten waarbij zijn witveldige loper steeds slechter werd. Maar dit alles was niet beslissend. Wit besloot te proberen om via de koningsvleugel met zijn toren de zwarte stelling binnen te dringen. Hij pleegde daartoe een schijn(pion)offer met 44. h4. Na 44. .. gxh4 45. Th1 haalde wit de zwarte pion op h4 op.

Echter, in de tussentijd had zwart ook een paar zetten mogen doen en het zwarte paard was weer op e5 beland. Er dreigde daarbij pionwinst op c4 én een paardvork met torenwinst. Murdoch zag het torenverlies niet en hij dekte de pion. Na de paardvork gaf Murdoch op.

Een spannende partij waarbij ik constant het gevoel had slechter te staan. Dat bleek thuis bij de analyse door het rekenmonster allemaal wel mee te vallen. Tevens bleek dat, ook bij de juiste verdediging van wit, zwart een technisch gewonnen eindspel had bereikt. Ik blijf benieuwd of ik dat ook daadwerkelijk had kunnen uitspelen. Kijk hieronder om de hele partij na te spelen.

Bord 23: Jan Smit - Bram de Knegt

De partij tussen Jan Smit en mij begon al buiten op de stoep. We kwamen praktisch tegelijk aan op de fiets en we hadden er zin in. Gelukkig veranderde er voor ons niets aan de planning. Jan opende met d4. met wit dus. Zijn tweede zet was niet c4, dus werd het een ander soort Konings-Indisch. Het zal best wel een naam hebben, maar mijn openingskennis is sterk verouderd.

1. d4 Pf6 2. Pf3 g6 3. Lg5 Lg7 4. Pd2 d5 5. e3 0-0 6. c3 Pbd7 7. Ld3 Te8 8. 0-0 c6. Na deze ontwikkelingsfase speelde Jan later zijn e-pion naar voren en de strijd ontbrandde in het centrum. Jan kreeg zijn paard op e4 en ik kon Jans goede zwartveldige loper ruilen, waardoor mogelijke aanvallen op de keten g6-h7 moeilijker werden. Wit ruilde op f6 en ik moest met e7xf6 terugnemen. Een dubbelpion, maar als die op f5 komt is dat een goed blok.

In zijn zucht tot aanvallen speelde Jan zijn andere paard naar e5, wat mij de mogelijkheid gaf om een pion (Dxd4) te winnen. De score die Fritz gaf was tot nu toe licht in het voordeel van Jan, maar was nu licht in mijn voordeel.

Rond de 30ste zet vond er een grote afruil plaats. De torens gingen van het bord; de lichte stukken waren allemaal verdwenen, evenals mijn pluspion. Jan had twee pionnen en ik drie pionnen op de koningsvleugel, Jan had wel een vrijpion op de a-lijn. En dus allebei nog een dame. De tijd was zachtjes aan ook op. Ik bood remise aan, maar Jan dacht: “met die vrijpion?” Hij speelde dus door. Dat werden dus heel veel schaakjes en goed opletten dat de dames niet zouden worden geruild, want dan zou de vrijpion winnen.

Na de 69ste zet stopte ik met noteren, dus de eindstand heb ik niet meer. Maar Jan had zijn koning naar de vrijpion gedirigeerd. Omdat die op de a-lijn stond en niet op de b-lijn kwam hij er niet door. De koning kon er niet omheen lopen. Tegen twaalven ging Jan akkoord met remise. Een leuke partij en met bijna vier uur schaak waar voor ons geld.

Kijk hier voor alle uitslagen en de stand na de zesde ronde van het Watertorentoernooi.

Frank van Zutphen