Een verloren slag is nog geen verloren oorlog…

Op maandag 30 september klonk het startschot en daar gingen ze! De mannen van het derde op weg naar een schitterende tijd.

Na het optrekken van de kruitdampen bleek de starter echter meerdere Erasmianen behoorlijk verwond te hebben.

De eindstreep werd dus niet ongehavend bereikt. Na het likken van de wonden werd de schade opgenomen: een 3-5 nederlaag.

Wat vooraf ging:

Het nieuwe derde bestaat nog uit een kleine kern van het kampioensteam van vorig jaar: Jan Hoek van Dijke, Hans Brobbel, Lucian Mihailescu en ikzelf. Het is net als bij het voetbal: je beste spelers vertrekken (alleen kreeg ik er geen rooie cent voor). We zwaaiden Murdoch, Pim, Anton en Jaap uit, maar het grootste verlies was misschien wel het afscheid van Gerard. Ik (wij) wens(en) Gerard nog steeds alle kracht en sterkte die hij ongetwijfeld nodig zal hebben om weer terug te kunnen keren in de Erasmusgelederen.

Wie kwamen het derde aanvullen? Herman Beerling, Cor van As, Gerrit Boer, Emil Verhoef en last but not least Ruurd Ouwehand. Opnieuw een team van 9 spelers, dat is altijd weer even handballen met de opstelling. Vooral dit keer, want de afzeggingen kwamen als rijpe appels uit de boom: Ruurd, Herman en Emil moesten alle drie verstek laten gaan. In plaats van één speler over, kwam ik er meteen twee tekort. Ik vond twee enthousiaste invallers in Ruud Neumeijer en Jeroen Landsheer.

De verloren slag in beeld:

Aan bord 1 speelde Jan Hoek van Dijke. Hoewel ik vanuit mijn positie achter het tweede bord uitstekend zicht had op zijn partij en die van Lucian aan bord 3 bedenk ik me nu, dat je bewustzijn daar toch maar heel weinig van opslaat. Ook van mijn onderbewustzijn valt weinig te verwachten, dat staat al een tijdje uit.

Aan het tweede bord was het ook al geen feest. Na een weekje trainen in Berlijn, waar ik een lesje effectiviteit en efficiëntie in de Torre kreeg van mijn Deense tegenstander, bedacht ik dat een deel van mijn aanpak anders moest. Dat kon ik meteen mooi uitproberen op mijn Dordtse prooi. Ik vrees dat ik er nog wat meer ervaring mee op moet doen, want de partij eindigde in remise na toch wel een behoorlijk overwegende stelling.

Jan Hoek, die zijn ooghoeken en (onder-)bewustzijn beter benut dan ik, liet mij nog zien hoe ik in de opening een pion had kunnen winnen. Dat had ook dameruil betekend en wat er daarna overbleef zag er nou ook niet heel aantrekkelijk uit. De versmade pion leverde wel een overwegende stelling op voor wit, met flink wat aanvalsmogelijkheden.

Ik zag alleen niet de definitieve knock-out en wat doe je dan (eigenlijk: wat doe ik dan), je gaat er een hoop tijd in steken, en nog meer tijd en uiteindelijk speel je iets waarvan je weet dat dat het ook niet is. Mijn tegenstander kreeg tegenkansen en ik kreeg tijdnood. Een goed moment om remise aan te bieden, dat werd geaccepteerd. Een teleurstellend resultaat, de prooi ontsnapt.

Jan Hoek van Dijke en Lucian Mihailescu hadden waarschijnlijk verwacht dat ik ook het verslag van hun partijen zou schrijven, want zelf hebben ze dat niet gedaan. Beiden speelden remise, maar hoe? Dat blijft voor altijd een duister geheim, waar de Middeleeuwen jaloers op zouden zijn. Zo ook de nederlaag aan bord 5 van ridder Ruud Neumeijer, ook deze partij blijft in het duister verscholen.

Aan bord 4 zien we de laatste oud-kampioen: Hans Brobbel. Dit keer geen Middeleeuwen, maar gewoon de Renaissance (maar dan anders), lees mee met Hans:

De opening, een Caro-Kann, verliep voor mij (wit) naar tevredenheid. Ruimtevoordeel en alle mogelijkheden om scherp ten aanval te trekken. Er ontstond een ingewikkelde stelling, die veel rekenwerk vereiste, maar ook risico met zich meebracht. Geen winst zonder risico zeg ik maar. Aanvankelijk dacht ik dat zwart een kwaliteitsoffer bracht om tegenspel te krijgen maar uiteindelijk verloor ik gewoon een stuk.

Er zat niks anders op dan stug doorspelen en hopen op een fout van mijn tegenstander en die kwam er. Ik won een toren terug. Inmiddels verkeerden wij beiden in tijdnood. Na ruil van de dames had ik er goed aan gedaan om het op remise te houden. Het eindspel was toch niet te winnen. Stug doorspelen in het belang van het team is me slecht bevallen. Met nog een minuut op de klok verloor ik mijn toren en kon ik opgeven. De laatste blunder is altijd doorslaggevend.

We gaan meteen door naar bord 6, waar Cor van As kort maar krachtig over schreef: Ik kan weinig over mijn wedstrijd zeggen. Het verlies was niet zozeer dat mijn tegenstander heel goed speelde, maar rond half elf raakte ik plotseling het overzicht in een voordelige stand kwijt en zoals het bij schaken vaak gaat, één verkeerde inschatting en de stukken konden in de doos.

Daar heeft Cor wel een punt. Maar geen punt. Zijn partij was ongeveer het tegenovergestelde van zijn verslag dus.

Bord 7 wordt bezet door een (g)rijzende ster, Gerrit Boer. Zijn verslag getuigt van zelfkennis en dat is, zoals u ongetwijfeld weet ‘de mensch een deugd.’

Ik speelde met zwart niet zo’n beste partij, waarbij ik rond de twintigste zet een kwaliteit moest inleveren tegen een loper plus pion. Een allerberoerdste stelling kreeg ik er gratis bij. Of het nu aan de kracht van mijn spel lag of aan de zwakke aanpak van mijn tegenstander laat ik in het midden, maar op de vijftigste zet bood hij remise aan: hij wist niet hoe hij kon winnen…

Dick Groot – Gerrit Boer

Na 7 borden vol teleurstellingen dan nu het nagerecht aan bord 8, rechtstreeks uit de Gouden Eeuw, met commentaar van Jeroen Landsheer:

In mijn partij kreeg ik met wit in het vroege middenspel een klein voordeel. Ik had voorkomen dat mijn tegenstander kon rokeren en zijn koning was niet helemaal veilig in het midden. Ik besloot het één en ander af te ruilen. Misschien niet de beste keuze, want vervolgens werd het een redelijk gelijk eindspel met twee torens. Door niet helemaal juist spel van zwart won ik een pion en kon daarmee gelijk een toren afruilen.

Hierna bracht ik mijn koning in het spel. De toren van mijn tegenstander had teveel zetten nodig om actief te worden. In die tijd kon ik met mijn toren en koning zijn pionnen aanvallen, waardoor ik op de damevleugel drie verbonden vrijpionnen kreeg. Dit was genoeg voor de overwinning, want die pionnen waren niet meer te stoppen.

Een glorierijk besluit van een minder glorierijke avond. Maar Parijs is nog ver en er zijn nog 6 rondes te spelen. De eerste ronde verloren we op punten, maar we vechten door. Er is nog niets verloren, we zijn nog lang niet verslagen. En nu ik het toch over verslagen heb: Cor, Hans, Jeroen en Gerrit: mijn dank voor jullie bijdragen. En nu ik het toch over bijdragen heb: ik hoop dat de overige teamspelers volgende keer ook iets bijdragen aan het verslag van het roemruchte derde van Erasmus!

Kijk hier voor alle uitslagen en de stand in klasse 2A van de RSB-competitie. Of lees hier het verslag 'Dordrecht 4 wint van Erasmus 3 en start goed in de tweede klasse A' op de website van schaakclub Dordrecht.

Jan Smit