Hoe dromen altijd bedrog blijven

Na een veelbewogen avond in Capelle aan den IJssel val ik in een diepe slaap. Breed lachend zie ik Pim Kleinjan voorbijkomen. “Wat heb je gedaan”, vraag ik. “Gewonnen!”

Het was een eindspel: Loper voor Pim tegen paard met een pion voor, drie tegen twee. Na een magistrale partij ondanks het uitgedunde materiaal toch gewonnen. Helaas miste ik het slotakkoord.

We gaan winnen. Pim bracht de stand op 3½ -3½. Leo Verhoeven staat na een enerverende partij een paard voor. Bij drie pionnen op een vleugel tegen twee voor Leo. Even uitschuiven en de winst is binnen.

Dan een klap, rumoer, ik schrik wakker. Leo heeft zijn laatste pion weggegeven: remise. In plaats van winst een gelijk spel 4-4. Verbijstering bij alle aanwezige Erasmianen.

Wat ging er allemaal vooraf? Wat doe als je als zwart aan bord 8 na tien zetten na een mislukte openingsopzet een remise krijgt aangeboden? Je speelt natuurlijk door. Maar drie zetten later was de zwarte stelling een puinhoop. Offerwendingen hingen in de lucht. Wit kon ook eeuwig schaak gaan geven. Na nog een remiseaanbod kon ik niet weigeren. (½-½)

Henk de Kleijnen aan bord 7 kreeg een aangename stelling na een symmetrisch dubbel-fianchetto. Met een mooie dame-loper batterij op de lange diagonaal a1-h8. Centraal geposteerde torens, een pionnenmeerderheid in het centrum c4 en d4. Daarbij had zijn tegenstander een achtergebleven pion op e6. Wat wil je nog meer?

Maar in de afwikkelingen, die volgden, verdwenen de voordeeltjes als sneeuw voor de zon. Henk moest nog oppassen, maar meer dan remise zat er niet in. (1-1)

Jaap van Meerkerk met zwart aan bord 5 moest erkennen dat de ons welbekende Harry Stroosma de finesses van de opening goed beheerste. Jaap kwam een pion achter en later stond hij glad verloren.

Harry vergat echter de genadestoot uit te delen. Er ontstond een toreneindspel met vier pionnen voor Harry en drie voor Jaap op één vleugel. Theoretisch remise? Door de voorafgaande misser sloeg Harry de plank mis en Jaap was er als de kippen bij om de pion terug te veroveren en remise af te dwingen. (1½-1½)

Aan bord 2 mocht invaller Jan Hoek van Dijke de zwarte stukken aanvoeren. Hij ontketende een mooi initiatief, weliswaar ten koste van een pion. Het leek veelbelovend.

Maar het initiatief verflauwde en het was kwaad kersen eten tegen een pionnenmeerderheid in het centrum. Toen Jan ook nog twee stukken moest inleveren tegen een toren, was het met zijn kansen gedaan. (2½-1½)

Aan bord 1 verliep de partij niet naar wens. Paul Wilhelm met wit had eerst ook een stelling die perspectieven leek te beiden. De pionnenstellingen van beide spelers waren verminkt. Die van de tegenstander van Paul had echter zwaktes op de koningsstelling, die van Paul op de damevleugel.

Paul bezette met zijn toren de enige open lijn. Hij kon een plan dat deze voordelen uit zou buiten niet vinden. Kwam in de knel door een sterke paardzet van zwart. Moest een pion geven en later nog één. Het toreneindspel met 2 pionnen minder was helaas kansloos. (3½-1½)

Aan bord 3 etaleerde Leo de Jager met wit zijn goede vorm. Na de opening had hij zijn tegenstander een zwakke geïsoleerde d-pion bezorgd. Later kwam daar nog een dubbele f-pion bij.

Het toreneindspel dat ook hier ontstond werd door Leo onberispelijk tot winst gevoerd. (3½-2½)

Hoe het slotakkoord van een mooie droom eindigde in een boze nachtmerrie las u aan het begin van dit verslag.

Klik hier voor alle uitslagen en standen in klasse 1B van de RSB-competitie.

Wim Posthumus