Eerste team laat de punten liggen

Zaterdag 15 december kwam het eerste van RSR Ivoren Toren op bezoek voor de vierde ronde van de KNSB-competitie tegen het eerste van Erasmus.

Een paar jaar geleden was dit nog een team, dat uitkwam in de eerste klasse.

Op deze zaterdag lagen de ratings echter wat meer in de buurt bij de ratings van het eerste (1980 versus 1915). Vooraf dus een wedstrijd waarin we kansen zouden hebben. Nu ook nog die kansen gaan grijpen! Dat deden we helaas onvoldoende, waardoor we op de kleinst mogelijke nederlaag werden getrakteerd.

Het eerste resultaat werd behaald door Cander Flanders. Hij schreef: Er is niet veel om te vertellen over mijn partij tegen Michael Fung. Ik had wit en hij had zwart. De meeste stukken werden snel geruild totdat er een eindspel ontstond met het loperpaar voor mij en loper en paard voor zwart. Hier bood zwart remise aan en dat heb ik toen maar aangenomen. Tussenstand: ½-½

Leo de Jager was als tweede klaar. Hij mailde over zijn partij. Mijn bijdrage is dit keer heel beperkt. In Engeland zouden ze over mijn partij zeggen “It’s like watching paint dry.” Zelfs het siliconen monster komt niet boven de 0,25 uit. Ik had wat meer ruimte maar een beduidend mindere loper. Toen maar al mijn pionnen op de verkeerde kleur gezet zodat de Zondagse loper niet op een houtje maar op graniet beet. In de slotstand was de evaluatie trouwens 0,00 voor de zeven ‘beste’ witte alternatieven. Tussenstand: 1-1.

Pieter Sturm vertelde over zijn partij. Mijn partij tegen Philip Westerduin kende een Franse opening met Pc3 en Pf6. De Steinitz-variant met f4 en de slechte loper van zwart op de witte velden.

Ik speelde het actief, mijn tegenstander had het druk met diverse kleine dreigingen. Toen de zware stukken waren geruild was de eerste actieve zet met de ‘slechte’ loper direct beslissend. Daardoor kon ik twee keer een pion winnen.

In de volgende stelling speelde ik .. Lb5, waarna volgde Ke3 – Lxe2, Kxe2 – Pxd4, Ke3 – bxa3 waarna zwart op gaf. Tussenstand: 2-1 voor Erasmus.

Wim Posthumus blikte terug op de partij. Speel je maandag een wereldpartij, voel je je de zaterdag erop de schlemiel van de vereniging. Wat me nog nooit overkwam, gebeurde. Voor of tijdens mijn 40ste zet viel mijn vlag. Een NUL door tijdsoverschrijding. Door mijn toedoen verloor ons team. De uitslag had andersom moeten zijn.

Als je met zwart Nimzo-, Dame- of Bogo-Indisch speelt, moet je bereid zijn met een geïsoleerde d-pion of met hangende pionnen op de c- en d-lijn te spelen. In dit geval werden het de hangende pionnen. De theorie schrijft dan voor dat die pionnen moeten worden aangevallen. Mijn tegenstander echter speelde passief. Na de opening stond het gelijk en van lieverlee kreeg ik steeds groter voordeel. Mijn stukken stonden veel beter, waren beter ontwikkeld en de ‘hangende’ pionnen op c5 en d5 bezorgden me een prettig ruimtevoordeel.

Tijd voor actie met de opstoot d5-d4. Mijn voordeel liep volgens Frits op tot -3,20 op de 24ste zet. Toen sloeg de twijfel toe. Hoe te winnen?

Na een paar missers had het tot en met de tijdnood op de 39ste zet nog gekund. Tot ik uit mijn ooghoeken zag dat ik voor de 40ste zet nog 16 seconden had. Ik speelde nog 40. .. Lf6-g5, maar mijn tegenstander, Wil Sparreboom, was zo vriendelijk mij erop te wijzen dat de vlag was gevallen.

In de slotstelling, bijgevoegd, gaf de computer als oordeel 0,00 aan. Tussenstand: 2-2.

Peter Torczynski schreef over zijn partij. Ik dacht mijn tegenstander te verrassen met 1. b3. Niettemin kwam mijn tegenstander Mark Beijen met voordeel uit de opening en hij speelde het goed. Na langdurig keepen had ik een eindspel bereikt, dat ik op een gegeven moment met goed spel mogelijk remise had kunnen houden (volgens de computer). Maar ja zoals ik al zeg ‘met goed spel’. Het niveau van Carlsen wist ik dus niet te bereiken, wat ik toch wel teleurstellend vond. 🙂 Tussenstand: 2-3.

Arno van Houten maakte ook een uitgebreid verslag. In de vierde ronde van de KNSB-competitie speelde ik met zwart tegen Paul Tromp (rating 2001). Voor het eerst in lange tijd kreeg ik het Spaans op het bord. De variant met het moderne d2-d3 op zet 5. Voor zwartspelers een vervelende zet als je zwarte loper niet op c5 wilt zetten. In dat geval speelt zwart de loper naar g7 om in een middenspel te belanden met veel kenmerken van de Breyer variant.

En na de negende zet van wit stond de stelling hiernaast op het bord. Ik kende een partij van Green – Greet, Hastings 2009 waarin zwart zijn paard van f6 naar d7 speelde en de f-pion opspeelde.

In die partij werd de Duras variant gespeeld, het plan was in mijn partij ook uitvoerbaar.

Na mijn 20e zet stond de onderstaande stelling op het bord.

Ik had een pion gewonnen, mijn plan doorgezet en naar mijn idee een stelling met goede mogelijkheden voor zwart. Het rekenmonster Fritz geeft ook een positieve waardering voor de zwarte stelling.

In de partij liep mijn e-pion door naar f3, de witte koning stond op de tocht al mijn stukken stonden goed maar, de witspeler bleek een gevaarlijk tacticus te zijn. Met een mooie combinatie (Pe2-d4-c6) verloor ik het overwicht in de partij. Ik speelde door omdat de witte koning in een matnet hing, maar mijn tegenstander bkleef nauwkeurig tot het eind en gaf het niet meer uithanden. Tussenstand: 2-4.

Ondergetekende (Frank van Zutphen) speelde met wit op bord 2 tegen de sterke Herbert van Buitenen (rating 2123). Ik kwam wat lastig uit de opening. Na een pionoffer kwamen mijn lopers echter heel sterk terug in het spel en ik kreeg een prachtige witte loper op d6 die de zwarte stelling domineerde. In de eerste tijdnoodfase greep Van Buitenen twee keer mis met zijn toren. De eerste keer zag ik het ook niet, maar de tweede keer wel en zo kwam ik een kwaliteit voor.

Zo had ik direct na de eerste tijdcontrole een gewonnen stelling bereikt, maar die moest nog wel gewonnen worden. Bij een verkeerde afwikkeling zou er bijvoorbeeld zomaar een toren tegen loper eindspel kunnen eindigen met een grote kans op remise. Secuur blijven spelen was dus het devies en dat lukte ook, waardoor ik het punt binnen kon halen. Tussenstand: 3-4.

Wim Westerveld vertelde over zijn partij aan bord 1 tegen Joost van Rosmalen. Mijn tegenstander kwam drie kwartier te laat. “Excuus”, zei hij, “mijn vliegtuig uit Zürich had vertraging.” Mijn ‘vlucht’ naar de speelzaal was minder spectaculair. Metro en vervolgens de bus…

In de opening, die op het bord kwam, luistert het nauw voor zwart, voor mij dus. Ik speelde op een gegeven moment Ld7 wat me in de problemen bracht, terwijl Le6 me een onbezorgde middag had kunnen opleveren. Ik offerde een pion voor vage compensatie, maar mijn tegenstander liet zien dat dat een illusie was. Ik kwam steeds slechter te staan, vrijwel verloren.

Mijn enige vriend was zijn nijpende tijdnood en daardoor miste hij een geforceerde winst. Het eindspel dat op het bord kwam was nog niet eenvoudig, maar toen ik in het toreneindspel het materiële evenwicht kon herstellen, was het niet zo moeilijk meer de veilige remisehaven te bereiken. We waren als laatste begonnen en stopten als laatste met een vrijwel leeg bord.

En zo keken we aan het einde van de middag aan tegen een 3½-4½ nederlaag. Toch zonde, er had dus duidelijk wel meer in gezeten. Nu moeten we de volgende ronde op 1 februari dan maar tegen het sterke DSC 2 gaan stunten!

Na afloop van de wedstrijd gingen we – inmiddels traditiegetrouw – met zijn allen nog een hapje eten in café Lebbink. Bij één van de eerdere etentjes daar bleek, dat ze daar niet eens een schaakbord hadden?!? Reden genoeg dus om twee schaaksets aan hen aan te bieden uit de oude boedel (zie de foto hierboven). Dus tegenwoordig is het ook mogelijk om een potje te schaken bij café Lebbink!

Lees hier het verslag ‘Op tijd‘ op de website van RSR Ivoren Toren. Of kijk hier voor alle uitslagen en de stand in klasse 3E van de KNSB-competitie.

Frank van Zutphen