Over een bijzondere tijd en bijzondere dingen

Al jaren spelen wij in een groepje van vier, inmiddels vijf, clubleden rapidpartijen tegen elkaar.

Noemden Gerard Kastelein, Wim Posthumus, Pim Kleinjan en Jaap van Meerkerk zich aanvankelijk de Tata-groep, inmiddels manifesteren zij zich als de Rapid-groep.

De naamsverandering kwam niet uit de lucht vallen. Gerard kon het afgelopen jaar door zijn verslechterde gezondheid helaas niet meer meedoen. Jan Smit en Karel de Neef vulden de groep gaarne aan. Een nieuwe samenstelling dus, onder een andere vlag.

Maakte de Tataclub er aanvankelijk een gezellige dag van en werd de sfeer van Wijk aan Zee meegenomen naar een locatie schuin boven het schip van de Laurenskerk of naar het Hof van Eden, een paradijstuin in Lansingerland, vanaf maart speelt de club nu noodgedwongen eens per maand een competitie online. Dat gaat overigens prima. Maar tegelijkertijd ervaar ik het als heel bijzonder.

Wekelijks dus twee rapidpartijen. Sinds we op Lichess spelen kunnen deze partijen worden nagespeeld en zijn ze dus openbaar. Al met al een – ondanks mijn intelligente zelfisolatie – aangenaam schaakvertier en broodnodig, want schaakhonger is geen pretje. Slechts één mij bekende remedie is er tegen: schaken. Ook de leden van onze rapidclub kijken reikhalzend uit naar de dag dat zij weer fysiek bij elkaar kan komen. Lekker schaken, lunchen, bijkletsen en weer verder schaken. Verlangend vooral elkaar binnen de 40 minuten van het bord te meppen. Ja, ja er wordt dan ook flink voorbereid. En dat laatste was tevens voor mij de aanleiding in de pen te klimmen en een stukje te schrijven.

Ik ging door die rapidpartijtjes weer afwisselend e4 en d4 spelen, mij tegen beter weten in wapenend met een onnozel zelfvertrouwen. Daarmee wilde ik het mijn tegenstanders lastiger maken in hun voorbereidingen. Al e4-spelend herleefde ook het taaie Frans, ik meen tegen Karel de Neef. Karel speelt van alles en heeft een ruime schaakervaring. En wat het beroerde (voor mij) is, hij gaat door die rapidpartijen steeds sterker spelen. Lees zijn bijdrage in de serie Mijn Schaakboeken en het wordt duidelijk hoe dit valt te verklaren. Plots toverde Karel dus het Frans uit de hoge hoed.

Ik had eerlijk gezegd al zo’n vermoeden, hij had het eerder laten zien, zag ik op Lichess. Ik haalde de Tsjigorin uit de kast in de vaste overtuiging hem ermee te verrassen. Ja, ja, de Tsjigorin! Die had ik 35 jaar geleden tijdens een vakantie bestudeerd. Ik heb nog een foto waaronder staat ‘voor het appartement in Valmorel (de Franse Alpen), met de Tsjigorin op het bord’. Van echte studie kon geen sprake zijn, met een zoontje van drie rond het bord.

Michail Tsjigorin (1850-1908) was en is voor mij nog steeds een vrij onbekend schaakgenie. Hij schaakte veel in cafés. Na wat biertjes komt die giflelijke zet 2. De2 vanzelf een keer op het bord, dacht ik. Maar zo was het natuurlijk niet. Schijn bedriegt. Tsjigorin behoorde tot de Russische top en internationaal kon hij bogen op aansprekende successen, speelde een WK-match tegen Wilhelm Steinitz in 1892 (verloor weliswaar met 12½-10½) en speelde met 11-11 gelijk tegen Siegbert Tarrasch. Zijn naam leeft nog steeds voort in twee openingsvarianten. Eén in het Spaans (die ken ik niet) en nog een in het Frans (die ken ik een beetje).

Zelfs liefhebbers van het Frans zouden hun wenkbrauwen kunnen ophalen na het zien van 1. e4 e6 2. De2?! Wat nu? Met 2. .. d5 reageren? 2. .. d5 is nu namelijk niet zo best vanwege dameruil en het verlies van de rokade. In onze onderlinge partij knipperde Karel waarschijnlijk even flink met de ogen, maar vond na een tweetal minuten de beste voortzetting (namelijk 2. .. c5 en 3. .. g6). De witte opzet leunt op het idee om een KoningsIndische aanval op te zetten met zetten als d3, Pf3, g3 en Lg2. En dan staat die dame op e2 best aardig, vooral om de latere opmars e4-e5 te gaan ondersteunen.

Maar goed, na deze rapidpot (die ik overigens verloor, maar niet door Tsjigorin) kon ik een volgende keer tegen Karel natuurlijk niet weer met deze variant komen aanzetten. Dus pijnigde ik mijn hersens om een geschikte bestrijdingswijze van het Frans te vinden. Speelde Korchnoi dat niet vaak tegen Karpov? Hoe zat dat ook al weer?

Mij schoot het Schaakbulletin te binnen, waar ik in het pre-digitale tijdperk op geabonneerd was. Ik heb het over de jaren 1968-1984, van de geboorte tot het ter ziele gaan van de voorganger van New In Chess, het Schaakbulletin. Helaas heb ik die jaargangen in een neerslachtige bui of eerder een vlaag van verstandsverbijstering zo’n 20 jaar geleden bij het oud-papier gezet – terwijl ze inmiddels per stuk worden aangeboden en verkocht. En bedenk wel dat ik toentertijd nog niet eens de leeftijd der ontspulling had bereikt.

In het Schaakbulletin werd uitvoerig gewag gedaan van de finale van de kandidatenmatches, de tweekamp Anatoly Karpov – Victor Korchnoi uit 1974. De winnaar had het recht de wereldkampioen Bobby Fischer, die in 1973 de wereldtitel op Boris Spasski had veroverd, uit te dagen. Korchnoi, zo herinnerde ik me, speelde met zwart op 1. e4 van Karpov bij voorkeur de Franse verdediging en Karpov reageerde daarop steevast met 3. Pbd2, de Tarrasch-variant.

Iets in mij dreef me dit nader te onderzoeken. Wat ik toen ontdekte verraste mij. Ik zal u proberen uit te leggen waarom.

Ik moest die partijen zien te vinden. Allengs was ik gaan vergeten waarom ik eigenlijk aan het spitten was. Dat boeide ook niet meer. Natuurlijk, ook ik heb de openingsboekjes van Euwe bij de hand. Maar eerlijk gezegd, ik wilde dieper graven, herinneringen ophalen aan die tweekamp. Ik wilde weer genieten van de verhalen achter de tweekamp. En antwoord op de vraag waarom Korchnoi Frans bleef spelen. En dan hoort er het liefst commentaar van de spelers zelf, of hun secondanten bij. Indachtig het religieuze ‘Wie zoekt zal vinden’ werd mijn zoektocht naar die tweekamp uiteindelijk beloond, na een aanvankelijk vergeefse Google-tocht.

Via boekwinkeltjes.nl wist ik voor 5 euro het in 1974 verschenen boekje Karpov-Korchnoi 1974 van W.R. Hartston en R.D. Keene op de kop te tikken.

Achteraf, al zoekend naar – in het boekje ontbrekende – foto’s, vond ik alle partijen uit de match op Chessgames.com en een mooie sfeerimpressie van de match uit 1974. En vond daarmee de bronnen die ik zocht. Inmiddels had ik het boekje gelukkig al in bezit. Vanaf de genoemde websites kunt u alle partijen naspelen. U beleeft op deze manier de strijd mee om het wereldkampioenschap schaken, die het achteraf bleek te zijn geweest. Fischer weigerde immers in 1973 zijn titel te verdedigen. En zo werd in 1973 de winnaar van deze tweekamp de nieuwe wereldkampioen. Karpov won de tweekamp met 12½-11½ en was daarmee wereldkampioen schaken. In 1978 speelde Karpov wederom een tweekamp om de wereldtitel tegen Korchnoi. Weer pakte Karpov een voorsprong (5-3) en kwam Korchnoi terug (5-5), om uiteindelijk met 6-5 de titel tot 1985 aan Karpov te laten. Terug naar de tweekamp uit 1974.

In maar liefst zeven van de 24 partijen kwam genoemde variant uit het Frans op het bord en dan ook nog eens steeds dezelfde subvariant: 1. e4 e6 2. d4 d5 3. Pbd2 c5 (en dus niet 3. .. Pf6 4. e5 Pfd7, de gesloten speelwijze, die nu ook vaak wordt gespeeld) 4. exd5 exd5. Waarmee Korchnoi de open speelwijze koos. Beide krachtpatsers speelden deze variant zeven partijen vol overtuiging. Korchnoi had aanvankelijk op 1. e4 van Karpov de Draak van het Siciliaans, het Russisch en het Frans voorbereid. Na twee nederlagen met de eerstgenoemde openingen gooide hij het Frans in de strijd en verloor daarmee niet meer. Maar Korchnoi koos hiermee beslist geen remisevariant! Nee, het werden alle zeven partijen bikkelharde gevechten. In de inleiding van het boekje zetten de schrijvers van beide grootmeesters een portret van de spelers neer.

Karpov was in 1974 pas 23 jaar. Briljant. Zeer getalenteerd, zijn schaakkracht was toen al zeer groot, zijn ster was als een komeet omhoog geschoten, toen vergelijkbaar met die van Fischer en Reshevsky. Tijdgenoten meenden trekjes van Morphy, Capablanca en Tal in hem te herkennen. Hij was nog zo jong dat hij nog niet eens was toegekomen aan een serieuze poging zich te mengen in de strijd om het kampioenschap van de SovjetUnie.

Korchnoi had zich als een doorzetter en vrijworstelaar omhoog gewerkt tot in de hoogste kringen van de schaakelite. Hij was een geweldige schaakfanaat, was ‘al’ 43, – volgens een recent wetenschappelijk onderzoek schaak je op die leeftijd op je sterkst! – had inmiddels grote schaaksuccessen geboekt, was ook soms diep gezonken, om daarna weer geharnast op te staan. Korchnoi had inmiddels een ongekende reeks overwinningen op zijn palmares laten bijschrijven. In die tijd was hij in dit opzicht ongeëvenaard. Als er iemand in de schaakgeschiedenis zich ongekroond wereldkampioen mag noemen is het Korchnoi wel. Opvallend is dat Korchnoi tot op respectabele leeftijd zijn grote schaakkracht wist te etaleren en herhaaldelijk voor eclatante successen bleef zorgen. In de jaren 60 speelde hij 8 keer tegen Fischer: Twee keer winst en vier remises: 4-4.

In deze finalematch maakte Korchnoi grote indruk door na drie nederlagen twee keer te winnen! Aanvankelijk leek de tweekamp na de 17e partij beslist. Maar in ronde 19 en 21 wist hij met wit (1. d4) Karpov twee keer te verslaan.

Het bleef dus spannend tot en met de laatste ronde! Hoe zou het zijn afgelopen als Korchnoi in ronde 2 en 6 niet voor de Draak en het Russisch, maar het Frans had gekozen? De vraag stellen is hem beantwoorden: dan was Korchnoi in 1973 vrijwel zeker wereldkampioen geworden! Hiervan was ik in de jaren 70 dus allemaal getuige geweest, maar dit gegeven kwam voor mij toch als verrassing naar voren! Maar ja, ook in het schaken om de wereldtitel telt ‘als’ niet.

Andere tijden: Murdoch Mac Lean en Victor KorchnoiKorchnoi speelde onder andere in Volmac 1. In die tijd kwam hij thuis bij Corrie Vreeken (ex-)clubgenoten tegen, zoals Andrzej Pietrow en op de foto hiernaast Murdoch Mac Lean.

Als onze rapidclub niet noodzakelijkerwijs met grote regelmaat online was gaan spelen, had ik me niet voorgenomen mijn 1. e4 repertoire weer eens af te stoffen. Als … dan had ik me niet hoeven voorbereiden op de Franse verdediging. Als … dan had ik Tsjigorin niet gegoogeld, wist ik ook niet welk gezicht er achter de Tarrasch-variant schuil ging, en had ik een deel rond die spannende tweekamp Karpov-Korchnoi niet weer heerlijk herbeleefd. Een deel ja, want er valt nog veel te achterhalen en te beleven. Wie weet daarover een andere keer meer.

En zo probeer ik er in deze bijzondere – om met Jan Boskamp te spreken – kwarantennetijd toch iets speciaals van te maken.

Trouwens, doet u ook mee aan één van de komende rapidvierkampen die Erasmus organiseert? Heb ik al een mailtje daarover van u ontvangen? Ik weet zeker dat er dan voor u heel bijzondere dingen staan te gebeuren.

Jaap van Meerkerk