Harry Houdini, de boeienkoning, leefde van zijn onwaarschijnlijke ontsnappingen. Hij liet zich bijvoorbeeld zakken in een kist vol water, verzwaard en zwaar geboeid, om zich vervolgens juist op tijd te bevrijden zodat hij en de gespannen toekijkende toeschouwers opgelucht adem konden halen.

Een andere keer ving hij doodleuk met de mond een afgeschoten kogel op. Het zijn maar een paar van zijn soms levensgevaarlijke acts waarmee hij over de hele wereld reisde.

Het naar sensatie hunkerende publiek kon er geen genoeg van krijgen. In 1926 stierf hij, ondanks alle risico’s die hij nam, een natuurlijke dood. Daarna hebben vele illusionisten geprobeerd zijn trucs na te doen. Niet zelden met fatale afloop.

Voor schakers is Houdini vooral een sterke schaakengine met een beloftevolle naam. Een naam die de onderhuidse geheimen van een schaakpartij belooft bloot te leggen. Hoe vaak zijn we niet thuisgekomen met het bevredigende gevoel dat we een partij uit één stuk gewonnen hadden en dat er bij controle door Houdini plotseling en kortstondig een dal in de partijgrafiek te zien was. Het bleek dan dat je een tactische wending finaal over het hoofd had gezien en je tegenstander gelukkig ook. Het zou de partij radicaal op zijn kop gezet hebben en een miraculeuze ontsnapping zou als een echte Houdini-act een feit geweest zijn.

Vaak hoor je van topschakers na afloop van de partij dat ze zich de computerlijn niet meer helemaal konden herinneren en daardoor in de fout waren gegaan. Het zijn computervarianten die met het gezonde grootmeester verstand niet te reproduceren zijn behalve met het getrainde maar ook overbelaste geheugen. Als je je daarop verlaat kan het gruwelijk misgaan net als met de illusionisten die als een Houdini probeerden te acteren en dat niet meer konden navertellen.

Een schaakprogramma dat Houdini heet verwijst als het ware naar de wonderen die het zal laten zien en waarschuwt tegelijkertijd voor navolging: Don’t try this at home!

En toch zijn die wonderen één van de mooiste elementen van ons spel. Natuurlijk, een strakke positionele partij waarin de tegenstander langzaam maar zeker over de rand wordt geduwd is in al zijn meedogenloosheid een bevredigende ervaring. Een zonde, ooit in het verleden begaan, wordt uiteindelijk bestraft. Het is een gedachte die iedereen wel zal herkennen, maar ook een gedachte die goed en kwaad bij één partij legt. Misschien is het wel zo dat een protestant vooral instemt met de bestraffing die de zondaar ondergaat en de katholiek zich juist verheugt over de ontsnapping aan de straf die op de zonde zou moeten volgen. Zondaars zijn we allemaal, zegt de protestant. Zeker, zegt de katholiek, maar je kunt de zonde afwassen.

Het mooie van schaken is dat ze ruimte geeft aan beide opvattingen, net als in het echte leven, en dat nooit duidelijk wordt hoe schaken gespeeld moet worden: volgens een dogma of als ‘kome wat komt’.

Er zijn wel eens stemmen opgegaan om het pat uit het schaken te verwijderen. En dat is nu juist bij uitstek het concept dat zich verzet tegen het idee dat er niet gezondigd kan worden tegen het materiële dogma van na te streven welstand. Zo’n geluid om het pat maar af te schaffen moet haast wel uit de protestantse hoek gekomen zijn.

Zelf ben ik protestant noch katholiek. Ik kan genieten van een strakke partij. Maar een geweldige ontsnapping, een onverwachte trouvaille, ‘verdiend’ of niet, vind ik eigenlijk toch het mooiste. Dat je denkt: hoe is het mogelijk?

Er zijn twee boeken waarbij je helemaal aan je trekken komt als je houdt van de spanning en sensatie die zich voordoet als de normale gang van zaken ineens verstoord wordt.

Het eerste boek is Van Perlo’s Endgame Tactics. Het is een klassieker en als je dat boek nog niet hebt zou ik zeggen: zet hem op je wensenlijst voor Sinterklaas of Kerstmis. Je zal getrakteerd worden op sensaties. Oh’s en ah’s. En een prettige verzuchting zal je deel worden: wat is dat spel van ons toch rijk. Een schaakbord heb je niet nodig en Van Perlo’s commentaar is van een sublieme droge humor.

Ik zocht in het boek naar een voorbeeld van een mooie wending waarbij geestkracht materie overstijgt. Ik kon niet goed kiezen uit het rijke materiaal van meer dan 1300 sprankelende trucs en valkuilen, totdat ik op een diagram en een zettenreeks stuitte waarin ene Welling de hoofdrol speelde. Het pleit was onmiddellijk beslecht. Ach, het betrof Jules Welling. Die verdient een ode en een herinnering aan het moment dat hij als schaker boven zichzelf uitsteeg, leek me.

Klein van stuk was hij, getooid met een imposante snor, bewegelijk en bovenal enorm enthousiast over alles en iedereen van de schaakwereld. Ik kwam hem altijd tegen in Wijk aan Zee tijdens het jaarlijkse schaakfeest. We moeten hem helaas al een paar jaar missen. Hij overleed in 2016. In de jaren negentig kwam ik hem ook op een geheel andere plaats tegen. Ik liep hem tot mijn verrassing tegen het lijf tijdens Poetry International in Rotterdam, het jaarlijkse Wijk aan Zee voor dichters. Hij was daar met zijn toenmalige vrouw. Jules bleek ook dichter te zijn en sindsdien kreeg ik bij iedere ontmoeting in Wijk aan Zee een nieuwe dichtbundel van hem in mijn handen gedrukt. Ze staan nog steeds in mijn boekenkast.

De scene met Jules in de heldenrol speelt zich af in London.

Het is 1973 en de tegenstander is niemand minder dan grootmeester Ludek Pachman.

Meer dan remise lijkt er niet voor Jules (zwart) in te zitten, maar…

1. .. Tc7+ 2. Kg8 Tc8+ 3. Kg7 Th8!!

“Probeer je voor te stellen hoe jij je zou voelen als jou dit overkomt in een veelbelovende stelling als deze. Het is niet te beschrijven”, schrijft Van Perlo.

4. Kxh8 Kf7 De deur gaat op slot. 5. b4 axb3 en wit gaf op. Het was een simultaanpartij, maar wat maakt dat uit?

Het tweede boek dat ik onder de aandacht wil brengen trekt je nog verder Houdini’s wereld in. De wereld van illusies en misleidingen. The Complete Chess Swindel door David Smerdon is van zeer recente datum en is het schaakboek van het jaar 2020, aldus de English Chess Federation. Erg goed en met humor geschreven behandelt het boek iets dat niet eerder op zo’n methodische wijze werd onderzocht: de kunst van het schwindelen.

Stelt Van Perlo zich op als waarnemer van opmerkelijke wendingen in het eindspel en beschrijft hij de gebeurtenissen op droogkomische wijze als de leraar die je altijd had willen hebben en die je spelenderwijs veel bijbrengt, Smerdon is meer de psycholoog die je confronteert met je emoties en die van de ander. Emoties die je, als je je er eenmaal van bewust bent, kunt gebruiken om een succesvolle schwindelaar te worden. Het boek staat vol met partijfragmenten om van te watertanden en je kunt er zonder schaakbord van genieten. Met bord en stukken is het wellicht een nog intensere beleving als je je verplaatst in de speler die zich in een moeilijke zo niet verloren stelling waant, maar van geen opgeven weet. Smerdon schrijft dat je in zo´n situatie moet proberen je tegenstander zoveel mogelijk keuzes te geven waarvan tenminste één op een schwindel uitloopt.

Hij illustreert dat met het volgende fragment, naar het schijnt de moeder van alle schwindels, want het partijverloop werd heel vaak in boeken en tijdschriften afgedrukt. Niettemin kende ik dat fragment niet en vermoedelijk vele van mijn lezers ook niet. De schwindel stamt uit 1904 en komt uit de partij Frank Marshall – Georg Marco. De eerste had de reputatie van een geniale schwindelaar, dus Marco was gewaarschuwd.

We komen erin bij zet 41. Het commentaar ontleen ik dankbaar aan dat van Smerdon.

Een pion minder en een damevleugel die op instorten staat. Wit staat verloren. Objectief het beste was 41. bxa5 Txf4 42. Pxf4 Lxa5 maar met een vrije zwarte b-pion in de maak en een paard dat gedomineerd wordt door de zwarte loper resteert wit weinig hoop. Marshall hield de stukken daarom op het bord en plantte de zaadjes voor een duivelse schwindel.

41. Th4! axb4 42. Txh7+ Kd8

43. Pc1 Ta3 of 43. c6 bxc6 44. Pc5 Ta2+ winnen makkelijk voor zwart. Marshall zocht nu naar een situatie waarin zijn tegenstander een moeilijke keuze had.

Tussen één die wint en een andere die ook winnend lijkt, maar de winst vergooit.

43. Pf4! b3 44. Pxe6+ Kc8

Nu lijkt er een gemene val in de stelling te zitten. 45. Tc7+ Kb8 46. Td7 b2?? 47. Td8+ Ka7 48. Pc7!!

Dreigt zowel mat als Pb5+ en Pc3. Toch koos Marshall hier niet voor. Smerdon veronderstelt dat Marshall de dreiging na 46. Td7 te voor de hand liggend vond en vermoedde dat Marco het antigif 46. .. Le5 of 46. .. Lf6 wel gevonden zou hebben.

Marshall koos daarom voor iets subtielers.

45. c6!!

Het sleutelmoment. Er wordt een vork in stelling gebracht. Marco moet nu kiezen tussen de verwijdering van de c-pion of het dekken van de c-pion. 45. .. bxc6 wint. 46. Txc7+ Kb8 47.Txc6 b2 48. Tb6+ Kc8 49. Tb3 Tb4! 50. Txc3 Kb8! En zwart wint. Maar dat vergt rekenwerk en áls je zo moet verliezen, jammer dan. Maar de kans dat zwart voor een op het oog makkelijker oplossing kiest is groot.

45. .. Le5??

En inderdaad. Een erg menselijke zet, maar hiermee is de winst verspeeld.

46. cxb7+ Kb8

Gedwongen.

47. Pc5! Ta2 48. Kh3 b2

49. Te7!!

Een briljante zet die van tevoren gezien moest worden.

49. .. Ka7

Gedwongen want na 49. .. b1D 50. Te8 Ka7 51. Ta8+ Kb6 52. b8D enzovoort heeft wit een dame meer.

50. Te8 c6

Hier had Marco op vertrouwd want 51. Ta8+ Kb6 52. b8D+ Lxb8 53.Txb8 Kxc5 leidt tot een eenvoudig gewonnen toreneindspel.

Maar het vuurwerk van Marshall was nog niet uitgeput.

51. Ta8+ Kb6 52. Txa2! b1D

53. b8D+!! Lxb8 54. Tb2+ Dxb2 55. Pa4+ Kb5 56. Pxb2

De schwindel was compleet.

Van een hopeloze stand naar een stelling waarin alleen wit winstkansen heeft.

Mentaal gebroken speelde Marco het eindspel zwak en moest snel hierna opgeven.

Adembenemend. Wat kan schwindelen mooi zijn, behalve als je aan de verkeerde kant van het bord zit natuurlijk. Ik denk dat iedere club wel een meester schwindelaar onder zijn leden heeft.

Toen ik in de zestiger jaren begon bij de SV Schiebroek was dat Peter Eering. Bij mijn huidige club Erasmus, voortgekomen uit onder andere SV Schiebroek, is dat Henk Ochtman. Met beiden heb ik op het schaakbord minder prettige ervaringen opgedaan. Aan Peter zal het boek van David Smerdon wellicht niet besteed zijn geweest en mogelijk is het ook niet aan Henk besteed. Aan mij in ieder geval wel.

Wim Westerveld