Op slag

Sinds de intrede van onze gong – mooie klank hè – is er een nieuwe competitie ontstaan. Althans, daar heeft het enige schijn van. Ik nodigde vanaf ronde 7, bij de intrede van de gong, leden uit de gong te bedienen.

Deed het schoolmeesterachtig op de gang even voor, om zeker te zijn van de mooie klank. Het geluid van een te harde dreun erop is vele malen erger dan het krijsen van 100 meeuwen of het schreeuwend gedreun om Europapa van Joost Klein.

De op-1-na-oudtse clubgenoot, fitte Harry (Stroosma) nam ik even voor achten mee naar de gang. Harry produceerde een prachtige slag, al is slag niet het juiste woord. Een weloverwogen en beheerst tikje, liefst begeleid door een verwachtingsvolle blik. Dat laatste vergroot de kans dat iedereen tegelijk begint en zijn tegenstander de hand schudt (niet aait). Een kunst apart.

Even later fluisterde ik Frank, onze voorzitter die deze ronde ging openen, in dat hij Harry naar voren moest vragen om de gong te slaan. “Kan niet”, zo overlegde hij verrassend, mijn ontsteltenis negerend. Hij had twee jeugdtalenten immers net beloofd de gong te mogen bedienen. En ja, deze jongens stonden er al helemaal klaar voor! Zij zouden ontroostbaar thuis de tegenslag moeten verwerken, na een slag van Harry. Alles liep goed af gelukkig, al werd er wel twee keer geslagen en mocht ik slechts 1 openingszet afleveren. Sorry Harry, jij nam het tot mijn opluchting allemaal soepeltjes op. Ik had trouwens niet anders verwacht.

Leren kost moeite, doet pijn

Al in 2018 concludeerde de onderwijsinspectie dat het niveau op onze Nederlandse scholen afglijdt. Een trend die zich nog steeds manifesteert. Ondanks alle gelikte lesmethodes en imposante (dure) werkboeken.

Vergeleken met onze buurlanden zijn we op achterstand gezet. Alle forse inspanningen van al die leraren basisonderwijs die zich voor de klas het snot voor de ogen ploeteren ten spijt. Hoogleraar orthopedagogiek Annie Bosman komt met een onthutsende conclusie. Voor goed onderwijs heb je eigenlijk niet meer nodig dan … een lesboek en een schriftje van 50 cent! En natuurlijk voldoende motivatie en inzet, zeg ik er altijd bij. Om iets te leren moet je willen werken. En dat kan best moeite kosten, als het ware een beetje pijn doen (bron: AD 19 maart 2024).

Deze ontwikkelingen maken me bezorgd. Ze raken me zelfs. Ik moest natuurlijk direct een lijntje trekken richting de schaaksport. Wat kunnen wij hiermee? Bij het inrichten van onze lessen aan de jeugd? Bij onze zelfstudie?

Een goed schaakboek (natuurlijk met goede uitleg bij de zetten van de schaakmeesters), een bord en stukken, een schrift (of een tekstverwerker). Veel inzet en uiteraard motivatie. En daarna, lang daarna, de engines pas inzetten om zich over onze zetten te beoordelen. Zoiets?

Ook deze week weer veel bijdragen van onze deelnemers aan de finales, met dank aan: Peter Weeda, Oscar Koppenens, Harry Stroosma, Jan de Korte, Ruud Neumeijer en Jesus Canedo.

Finalegroep A

Wim Westerveld moest zijn eerste nul incasseren en dat doet altijd ‘een beetje’ pijn, vooral als het je eerste nederlaag is. Wim stond namelijk op een prachtige 4 uit 4 score! De spanning in groep A is daar deze uitslag groter geworden. Met 4 uit 5 heeft Wim nog steeds de beste papieren voor het clubkampioenschap, al wil hij het daar natuurlijk nog niet over hebben. Eerst de punten, dan de pret.

Knap van Jesus Canedo. En dus vroeg uw verslaggever van deze ronde hem natuurlijk om een verslag! Wat is het toch geweldig dat we via onze website partijen kunnen naspelen!!

Wim Westerveld – Jesus Canedo

Jesus deed verslag: Ik kwam goed uit de opening. Volgens Stockfish zelfs met voordeel, maar ik vond zelf dat de stelling kansen voor beiden bood. Ik had een loper op a3 die het wit wel lastig maakte. In het middenspel kon ik f5 doorzetten, wat wel belangrijk was in mijn ogen en daarna kon ik ook nog doorzetten met f4. Toen ging Wim in de fout en won ik een kwaliteit. Daarna nog een paar pionnen en toen torens op de derde rij kwamen gaf Wim op.

Finalegroep B

Cander Flanders won een mooie partij tegen Martin Rensen, Dick Straathof moest de speelsterkte van het jeugdtalent Oscar Koppenens bekopen met een nul en Marcel Tillemans won van Jan Smit. Ik heb daarvan nog niets meegekregen, dus weet niet hoe mooi het was.

Oscar deelt met 4½ punt de lakens uit in de groep en moet nog spelen tegen Arjan Zuurmond, die op de derde plaats staat. Bij een overwinning zou Arjen langszij kunnen komen.

Arno van Houten staat na zijn remise tegen Arjen Zuurmond op 4 punten en ook hij mag nog één keer aantreden. Jan Smit is zijn tegenstander. Dat belooft spannend te worden. Beide heren zullen niet op remise uit zijn, vermoed ik zo. Spanning volop dus!

Dick Straathof - Oscar Koppenens

Hierna is de partij tussen Dick en Oscar na te spelen.

Finalegroep C

In de C-groep gaat Andrzej Pietrow met 7 punten nog steeds aan kop, al moest hij een halfje inleveren aan de sterk spelende Jan Hoek van Dijke, die op een halfje volgt, evenals Jaap van Meerkerk, die na winst op Jesse de Jong zich eveneens naar de gedeeld tweede plaats heeft geschaakt.

Jeroen Landsheer staat ook op 6½ punt na een moeizame winst op Rinus van der Linde. De vierde met 6½ punt is Anton van Berkel na een gelukkige toverwinst op Jan de Korte, die zich vreselijk tekort deed. Jan lijkt terecht gekomen in een vormcrisis a la Santiago Gimenez. Wat is dat toch. Geloof niet in die onzin, vertrouw op goede zetten. Genoemd kwartet kan in de twee slotronden naar de hoofdprijs dingen. In ronde 10 moet Jaap voor het derde team naar Barendrecht en incasseert hij een halfje. Dan zal Anton of Jeroen het gaan opnemen tegen Andrzej, en Jan tegen één van beiden.

Anton van Berkel - Jan de Korte

Uw verslaggever van deze ronde zat naast Anton van Berkel en wierp dus regelmatig een blik op zijn bord, zonder echt diep over die stelling na te denken. Eerder, zoals veel schakers doen, om even los te geraken van de eigen partij.

Maar toen Anton en Jan, die enkele pionnen voor stond, in het eindspel in gesprek gingen, maakte ik ook een opmerking en dacht dat Jan het punt binnen had. Edoch, de partij was nog aan de gang! Ik mailde Jan dinsdag, nadat ik de verrassende uitslag op onze website had gelezen: 0-1. Wat was hier gebeurd?

Jan deed verslag: Maandag heb ik Anton - na de analyse - aangegeven dat onze partij niet mag ontbreken in het rondeverslag. En hem gevraagd om in te zenden en onze analysevarianten mee te nemen. Zelf wil ik ook nog wel even reageren. Na een wederzijds 0-0 ging het los! Wat is nu de beste zet voor wit?

Mijn voor Anton out of the blue na 14. h3 gespeelde winnende toverzet 14. .. Pe3 met aanval op Dd1 en Tf1 kostte hem een pion (na fxe3 gevolgd door Dxe3+ en Dxg5) zonder enige compensatie. Daar had hij geen trek in, de toverzet werd beantwoord met een dubieus bommetje 15. Dd6 (en kostte Anton dus een kwaliteit i.p.v. een pion). Tja, daarna stond ik gewonnen, maar wit had een dubbel aanval op f7 met paard en loper. Achteraf ongevaarlijk na Pxf7, maar ik mistte de studie-achtige verdediging die Anton wel had gezien (hij koos dus bewust voor een verliezend plan!) en durfde Txf7 niet aan, waarna Anton een winnend aftrekschaak Pf7-d8 overzag en met Pf7xe5+ dacht aan remise door zetherhaling met Pe5-f7+. Na alsnog Txf7 stond het objectief weer remise maar met Dxb2 of Tad8 kon ik het initiatief weer overnemen. Op dat moment zag ik een nieuwe toverzet en besloot impulsief tot Pf1-g3 (pion f2 was gepend), maar overzag de terugslag Dxg3, waarna de betovering bruut werd onderbroken.

Ian Priem - Dominique Taapken

Dominique schreef: Ik speelde afgelopen maandag tegen Priem. Ik speelde Scandinavisch: 1. e4 d5 2. exd5 Pf6. Dat had hij niet verwacht, zo vertelde hij na afloop, waardoor hij de hele tijd een achterstand in ontwikkeling had.

Peter Weeda - Harry Stroosma

Peter zoekt een nieuwe aanpak, zo bleek uit zijn verslag. Hij schreef hierover in zijn verslag van zijn winstpartij tegen Harry Stroosma. Vorig kalenderjaar wist hij na een stevige partij van Harry Stroosma te winnen. Toen viel me op dat hij erg weinig tijd gebruikte. Ik vroeg hem daarnaar en hij antwoordde dat het zijn stijl was.

Nu heb ik me juist voorgenomen om wat meer te gaan diepzeeduiken op het bord, proberen dieper de stelling te doorgronden en dus ook wat meer tijd te gebruiken. Het resulteerde er ditmaal in dat ik voor het eerst sinds lang in lichte tijdnood kwam, terwijl Harry bij zet 40 nog drie kwartier over had. Dat duiken lukt me trouwens nog steeds niet echt, maar wellicht eens...

Er verscheen weer een KoningsIndiër op het bord, net als vorige maal. Ik ben net een boek door aan het nemen dat heet: Sharpen up your chess, omdat mijn spel steeds risicomijdender werd met vele remises als gevolg. Ik nam me dus voor er vandaag scherper in te gaan. Dat lukte wel. Mijn pionnen op de koningsvleugel vlogen naar voren, wel erg ver dacht ik na een tijdje, en ik kreeg het wat benauwd. Toch lukte het wel in om zijn tegenspel wat te smoren en net toen hij zich los had gewerkt kon ik met een schaakje de dames ruilen en overgaan naar een wat beter eindspel, met één en later zelfs twee pionnen meer.

Toen ik ook nog een kwaliteit kon winnen stond het objectief gezien flink beter. Maar ja, hij had twee paarden, al die lastige vorkjes, dus ik gaf een pion terug en kon een paard ruilen. Dat was weliswaar risicomijdend maar wel overzichtelijk en zo kon mijn laatste pion de overkant halen. Na mijn tamelijk desastreuze spel de laatste tijd kon ik dit trouwens goed gebruiken.

Ruud Neumeijer - Bram de Knegt

In ons woordje vooraf constateerden we beiden dat dit onze eerste keer is dat we tegen elkaar gaan speelden. Nu speel ik nog niet zo heel lang bij Erasmus, maar toch wel een aantal jaren. Enfin, leuk om tegen elkaar te spelen. Het werd een Siciliaan, wit maakte één onnauwkeurigheidje in de opening (aldus Stockfish) op zet 13, het leverde wit uiteindelijk twee dubbelpionnen op. Het is daar dat we de partij beginnen:

Het beslissende foutje van zwart was natuurlijk 19. .. f6 en wit greep zijn kans. Wit wilde natuurlijk de dames ruilen. Het schaak blijven geven was erop gericht om zwart niet de kans te geven om eeuwig schaak te gaan geven. De zwarte dame stond eigenlijk op een vervelend plekje voor de witte koning. Na afloop van de partij hadden we beiden het idee dat wit veel minder stond met twee dubbelpionnen, volgens Stockfish viel dat heel erg mee. Volgens Stockfish had zwart licht openingsvoordeel na 13. Pa3 (eerste onnauwkeurigheid) maar dat gaf zwart eigenlijk direct weer weg door de stukken af te gaan ruilen. Twee dubbelpionnen lijkt een zwakte voor wit, maar in deze partij speelde dat blijkbaar minder.

Zo dat was het weer voor deze ronde. Op naar de volgende en dat is finaleronde 10. Ik wens jullie allen voldoening en een resultaat. En een heerlijke spannend slot van deze finales.

Kijk hier voor alle uitslagen en de stand in finalegroep A, in finalegroep B en in finalegroep C.

Jaap van Meerkerk